Trypoxylon figulus ♀︎♂︎

Laatst bijgewerkt: 6 juni 2022
SOORT: Trypoxylon figulus
GENUS: TRYPOXYLON (Pottenbakkerswespen)
FAMILIE: CRABRONIDAE (Graafwespen)



WAARNEMING:
2021-VII-032016-VI-12

JAREN:
20162021

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Officiële naam:

Synoniemen:

Trypoxylon figulus [1]


zie meer op: www.gbif.org

Etymologie:

figulus

Trypoxylon figulus ♀︎, imago
Trypoxylon figulus ♂︎

INHOUD

1. Verspreiding
2. Gedrag
3. Plant relaties
4. Prooi relaties
5. Parasitaire relaties
6. Herkenning

1. VERSPREIDING

Trypoxylon figulus is een vrij algemene wesp [2] die verspreid door heel Nederland [3].

Tuinsoort

De soort is een in grote aantallen jaarlijks terugkerende gast in onze tuin.

2. GEDRAG

2.1. ACTIVITEIT

De soort is actief van half april tot half oktober [3].

Meer generaties per jaar zijn mogelijk [5].

2.2. ONTWIKKELING

Nest

De vrouwtjes van deze hypergeïsche soort knagen hun nestgangen in het merg van natuurlijke buisvormen zoals plantenstengels [14], maar ook in verlaten vraatgangen van insecten [16], holtes in metselwerk [12] en rieten daken [5].

De nesten bestaan uit sequentiële rijen broedcellen in gangen die 20 cm diep kunnen zijn. De broedcellen voor mannetjes zijn kleiner in lengte en diameter dan die voor de vrouwtjes [4,13]. Het nest medium kan daardoor bepalend zijn voor de verhouding van mannetjes tot vrouwtjes [13] die uiteindelijk uit het nest uitsluipen.

Tussen de broedcellen wordt met modder een dunne scheidingswand gemaakt van 0,2mm [4,5,13] waarbij de wanden richting de ingang van het nest dikker worden [5,13].

In een nest is vaak een vestibulaire cel aanwezig [4,13], al dan niet met enkele prooidieren [13], welke kort kan zijn [4] maar ook kan ontbreken [4,13].

Nestcellen gevuld kunnen worden met 1-24 prooidieren [16,20], waarbij het uiteindelijke aantal wordt bepaald door het gewicht van de prooidieren [20].

Nesten kunnen gedeeld worden met Passaloecus insignis [17], tevens is ook een gedeeld nest met Psenulus concolor waargenomen [17].

Ei

Trypoxylon eieren zijn worstvormig [13]. Het ei wordt meestal op de onderzijde of zijde van de prooi gepositioneerd [5]. Het ei wordt op één van de spinnen gelegd, waarbij er niet sprake lijkt te zijn van een duidelijk patroon [4,5,13].

Larve

Na drie tot vijf dagen sluipt de larve uit [4,5] die na vijf tot zeven dagen volgroeit is en spint deze gedurende één tot twee dagen een cocon [5]. De cocon wordt aan de achterwand gehecht en hangt in geval van een grote cel diameter [5] aan draden vrij van de muren in de ruimte [4,5].

2.3. BIJENHOTEL

De soort maakt graag gebruik van bijenhotels en kunstmatige nestgelegenheid [4,5,17,18].

Ze nestelen in boorgangen van 2,5 – 6 mm [4,5,13].

Tuinsoort

De soort is een in grote aantallen jaarlijks terugkerende gast op de bijenhotels in onze tuin. Ze prefereert daarbij de nestruimte op een hoogte van 80-140cm. Hoger wordt wel genesteld maar beduidend minder.

2.4. JACHT

Een vrouwtje kan tussen 100-300 prooidieren gedurende een seizoen vangen [16].

Gevangen prooien worden gestoken [12] wat meestal tot permanente verlamming leidt in de prooi [6].

3. PLANT RELATIES

3.1. HOUTSOORTEN

In de literatuur worden de volgende houtsoorten genoemd als medium waarin de wesp haar nest maakt:

Adoxaceae
(Muskuskruidfamilie)

Sambucus (Vlier) [5]
Asteraceae
(Composietenfamilie)

Cirsium (Vederdistel) [13]
Onagraceae
(Teunisbloemfamilie)

Chamaenerion [13]
Poaceae
(Grassenfamilie)

Phragmites
Phragmites australis (Riet) [20]
Rosaceae
(Rozenfamilie)

Rubus (Braam) [5,17]

3.2. VOEDSELPLANTEN

In de literatuur worden de volgende planten soorten en groepen genoemd:

Apiaceae [4]
(Schermbloemenfamilie)


Asteraceae [4]
(Composietenfamilie)


Tuinsoorten

In de tuin staan diverse van deze voedselplanten maar ik heb de soort daarop nog niet foeragerend waargenomen.

Apiaceae
(Schermbloemenfamilie)

Foeniculum
Foeniculum vulgare (Venkel)

Pastinaca
Pastinaca sativa (Pastinaak)
Asteraceae
(Composietenfamilie)

Solidago (Guldenroede)

4. PROOI RELATIES

De soort gebruikt volwassen [13,20] en onvolwassen [13,14] spinnen (Araneae) voor haar broed [3,14], waarbij het prooispectrum vooral uit web bouwende spinnen bestaat [20].
Phylloneta impressa (Grote wigwamspin) lijkt een voorkeur prooi te zijn [20] , maar T. figulus lijkt zich niet te beperken in prooi keuzen en kent een breed prooi spectrum [20].


In de literatuur worden de volgende in Nederland [1] voorkomende soorten genoemd:


Araneidae [5als argiopidae]
(Kruisspinachtigen)

Araneus [5,12 als Epeira,17]
Araneus angulatus (Schouderkruisspin) [20onvolw.]
Araneus diadematus (Kruisspin) [14,20onvolw.]
Araneus marmoreus (Marmerspin) [14]
Araneus quadratus (Viervlekwielwebspin) [14]
Araneus sturmi (Witruitwielwebspin) [20volw.]

Araniella [14]
Araniella cucurbitina (Gewone komkommerspin) [20volw.]
Araniella opisthographa (Tweeling-komkommerspin) [20volw.]

Argiope
Argiope bruennichi (Wespspin) [20volw. & onvolw.]

Cercidia
Cercidia prominens (Stekelrugje) [13]

Hypsosinga
Hypsosinga albovittata (Witvlekpyjamaspin) [13als Singa albovittata]
Hypsosinga pygmaea (Graspyjamaspin) [13als Singa pygmaea]

Mangora
– Mangora acalypha (Driestreepspin) [14,20volw. & onvolw.]

Nuctenea
– Nuctenea umbratica (Platte wielwebspin) [20onvolw.]

Neoscona
Neoscona adianta (Heidewielwebspin) [14]

Singa
Singa hamata (Bonte pyjamaspin) [14]
Singa nitidula (Beekpyjamaspin) [14]

Zilla [5,14,17]
Dictynidae
(Kaardespinnen
)

Dictyna [4,17]
Dictyna arundinacea (Heidekaardertje) [14]
Lycosidae [5]
Trochosa [13]
Trochosa ruricola (Veldnachtwolfspin) [13]
Linyphiidae [5,7,12]
(Hangmatspinnen)

Agyneta
Agyneta rurestris [14,20volw. als Meioneta rurestris]

Bathyphantes [14]

Floronia
Floronia bucculenta [20volw. & onvolw.]

Kaestneria
Kaestneria dorsalis [14]

Linyphia
Linyphia hortensis (Tuinhangmatspin) [20volw.]
Linyphia triangularis (Herfsthangmatspin) [14,20volw. & onvolw.]

Microlinyphia
Microlinyphia pusilla (Kleine heidehangmatspin) [20volw. & onvolw.]

Microneta [5,17]

Neriene
Neriene montana (Lentehangmatspin) [14]
Neriene radiata (Zomerhangmatspin) [14,20volw.]

Tenuiphantes
Tenuiphantes tenuis (Bodemwevertje) [20volw.]

Salticidae [7]
(Springspinnen)


Heliophanus
Heliophanus flavipes (Gewone blinker) [20volw. & onvolw.]

Salticus [5,12,17]
Salticus scenicus (Huiszebraspin) [14]

Synageles [5,17]
Synageles venator (Slanke mierspringspin) [14]

Tetragnathidae

Tetragnatha [12,14]
Tetragnatha extensa (Gewone strekspin) [20volw. & onvolw.]

Metellina [20volw. & onvolw.]
Metellina segmentata [14]
Theridiidae
(Kogelspinnen)

Anelosimus
Anelosimus vittatus (Slanke kogelspin) [20volw.]

Cryptachaea
Cryptachaea riparia (Bermkogelspin) [20volw. & onvolw.]

Enoplognatha [20volw. & onvolw.]
Enoplognatha ovata (Gewone landkaak) [14,20volw. & onvolw.]

Neottiura
Neottiura bimaculata (Witbandkogelspin) [14,20volw. ]

Parasteatoda
Parasteatoda lunata (Prachtkogelspin) [20volw.]
Parasteatoda simulans (Valse broeikasspin) [14]
Parasteatoda tepidariorum (Broeikasspin) [14]

Phylloneta
Phylloneta impressa (Grote wigwamspin) [20volw. & onvolw., als Phylloneta impressum]
Phylloneta sisyphia (Kleine wigwamspin) [20volw.]

Platnickina
Platnickina tincta (Zwartringkogelspin) [14,20volw.]

Simitidion
Simitidion simile (Witvlekheidekogelspin) [14]

Theridion [20volw. & onvolw.]
Theridion pictum (Rood visgraatje) [14]
Theridion pinastri (Dennenkogelspin) [20volw. & onvolw.]
Theridion varians (Gewoon visgraatje) [14,20volw.]
Thomisidae [7]
(Krabspinnen)

Xysticus [5,14,17]
Philodromidae
Philodromus
Philodromus aureolus (Tuinrenspin) [20volw. & onvolw.]
Philodromus cespitum (Gewone renspin) [20onvolw.]

Prooisoorten buiten Nederland:

Theridiidae
(Kogelspinnen)
Theridion
Theridion sisyphium [14]

5. PARASITAIRE RELATIES

In de literatuur worden de volgende in Nederland [1] voorkomende soorten genoemd:

Chalcidoidae
(Bronswespen)

Eulophidae
Melittobia
Melittobia acasta [14,20]

Eurytomidae
Eurytoma [13]
Eurytoma nodularis [14]
Eurytoma verticillata [14]

Pteromalidae
Dibrachys [20]

Torymidae
Monodontomerus
Monodontomerus vicicellae [14]

Torymus
Torymus armatus [13 als Diomorus armatus]

Chrysididae
(Goudwespen)

Chrysis (Tandgoudwespen)
Chrysis fasciata [14]
Chrysis fulgida [14]
Chrysis ignita [7,14,20]
Chrysis obtusidens [14]
Chrysis rutilans [19]
Chrysis viridula [14]

Elampus
Elampus panzeri [14]

Pseudomalus
Pseudomalus auratus [3,13 als Omalus auratus,14,17 als Omalus auratus]
Pseudomalus pusillus [3,14,17 als Omalus auratus]

Trichrysis (Drietandgoudwespen)

Trichrysis cyanea
[3,7,8,13,14,20]
Evanioidae [3]
Gasteruption
Gasteruption assectator [3,14,15,17,20,21]
Gasteruption jaculator [14,15,21]
Gasteruption opacum [14,21]
Ichneumonidae
(Sluipwespen)

Ephialtes
Ephialtes manifestator [20]

Hoplocryptus
Hoplocryptus confector [18]

Mastrus [13]

Perithous
Perithous divinator [15,17]
Perithous mediator [3,17]
Perithous scurra [15]

Poemenia
Poemenia notata [14]

Polysphincta [14]

Stenodontus
Stenodontus marginellus [14]

Townesia
Townesia tenuiventris [5,14]

Dermestidae (Spektorren)
Megatoma
Megatoma undata [14]

Trogoderma
– Trogoderma glabrum [20]

Diptera
(Vliegen)

Anthomyiidae (Bloemvliegen)
Eustalomyia
Eustalomyia hilaris [14]

Trichodes
Trichodes alvearius (Behaarde bijenwolf) [20]

Bombyliidae (Wolzwevers)
Anthrax [20]

Sarcophagidae (Dambordvliegen)
Amobia
Amobia signata [14]

Metopia
Metopia argyrocephala [14]

Tachinidae [13]

Parasitaire soorten buiten Nederland:

Chrysididae
(Goudwespen)

Chrysis (Tandgoudwespen)
Chrysis spledidula [14,19]
Ichneumonidae
(Sluipwespen)

Aritranius [17]

Hoplocryptus
Hoplocryptus heliophilus [14 als Aritranis heliophilus,18]
Hoplocryptus bohemani [18]

Isadelphus
– Isadelphus armatus [14]

Nematopodius formosus
Nematopodius formosus [14]

Thrybius
Thrybius brevispina [20]
Diptera
(Vliegen)

Sarcophagidae (Dambordvliegen)
Amobia
Amobia oculata [22]

Miltogramma
Miltogramma punctatum [14]

6. HERKENNING

Lengte mannetjes: 7,5 – 10 mm
Lengte vrouwtjes: 9 – 12 mm

Genus

Het genus Trypoxylon is te herkennen aan:

1.  Voorvleugel: met één submarginaal cel [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, Trypoxylon: voorvleugel met één submarginaal cel

2. Oog: binnenrand niervormig uitgesneden [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, Trypoxylon: binnenrand ogen niervormig uitgesneden

3. Achterlijf: achterlijf zwart [10,11]. Wesp geheel zwart [9]

4. Achterlijf: naar verhouding zeer lang [9,-11]
Het achterlijf steekt relatief ver uit onder de vleugels.

Trypoxylon figulus ♂︎, Trypoxylon: achterlijf geheel zwart, steekt relatief ver onder vleugelpunt uit


exemplaar voor foto identificatie gevangen op 08-vii-2021, lengte ±12mm

Trypoxylon figulus ♀︎, imago
Trypoxylon figulus ♀︎, imago
Trypoxylon figulus ♀︎, imago
Trypoxylon figulus ♀︎, propodeum
Trypoxylon figulus ♀︎, imago

1. Antenne met 12 segmenten [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, antenne met twaalf segmenten

2. Achterlijf met 6 segmenten [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, achterlijf met zes segmenten

KOP

1. Afstand ogen op kruin (l1) ongeveer even groot als de afstand tussen de ogen ter hoogte van clypeus (l2) [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, oogafstand kruin ongeveer even groot als oogafstand bij clypeus

2. Voorhoofd (frons): zonder door lijsten begrensd schildachtig vlak [10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, voorhoofd zonder door lijsten begrensd schildachtig vlak

3. Voorhoofd: midden kiel zwak verhoogd boven antenne implanten, en profil geen duidelijke knik naar voorhoofd lijn [10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, kiel midden boven antenne inplant zwak verhoogd, en profil zonder duidelijke knik naar voorhoofdlijn

4. Clypeus: voorrand tussen midden voorlob en oog onregelmatig uitgebocht [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, clypeus voorrand tussen midden voorlob en oog onregelmatig uitgebocht

5. Occipitaallijst: onder niet verbreed [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, occipitaal kiel onder niet verbreed

6. Kop: bovenste deel achterhoofd spaarzaam aanliggend behaard [10]

Trypoxylon figulus ♀︎, bovenste deel achterhoofd spaarzaam aanliggend behaard

BORSTSTUK

1. Bovenzijde borststuk (mesonotum): mat [10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, mesonotum mat

2. Pronotum: achterrand zwart [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, achterrand pronotum zwart

3. Voorpoot: scheen (tibia) en tarsen zwart [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, voorpoot scheen (tibia) en tarsen zwart

4. Onderzijde borststuk (mesosternum): midden voor voorcoaxae zonder doornachtig uitsteeksel [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, mesosternum midden voor voorcoxae zonder uitsteeksel

ACHTERLIJF

1. Lengte tergiet 1 duidelijk korter dan gecombineerde lengte tergieten 2 en 3 [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♀︎, Lengte tergiet 1 duidelijk korter dan gecombineerde lengte tergieten 2 en 3



exemplaar voor foto identificatie gevangen op 03-vii-2021, lengte ±9mm

Trypoxylon figulus ♂︎
Trypoxylon figulus ♂︎
Trypoxylon figulus ♂︎
Trypoxylon figulus ♂︎

  1. Antenne met 13 segmenten [9,10,11]
Trypoxylon figulus ♂︎, antenne met dertien segmenten

2. Achterlijf met 7 segmenten [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, achterlijf met zeven segmenten

KOP

1. Antenne: lengte laatste antenne segment (13) is 2,2 tot 3,6x langer dan breed aan basis [9,10,11] (hier 3,4x)
2. Antenne: lengte laatste antenne segment (13) even lang als lengte segmenten 10, 11 en 12 gecombineerd [11]

Trypoxylon figulus ♂︎, laatste antenne segment 2,2-3,6x langer dan breed aan basis (hier ±3,4x)

3. Antenne: voorlaatste antenne segment 0,5-0,8x langer dan breed aan basis [9,11] (hier ±0,7x)

Trypoxylon figulus ♂︎, voorlaatste antenne segment 0,2-0,8x langer dan breed aan basis (hier ±0,7x)

4. Voorhoofd (frons): zonder door lijsten begrensd schildachtig vlak [10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, voorhoofd zonder door lijsten begrensd schildachtig vlak

5. Afstand ogen op kruin (l1) ongeveer even groot als de afstand tussen de ogen ter hoogte van clypeus (l2) [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, afstand tussen ogen op kruin (l1) ongeveer gelijk aan oog afstand ter hoogte clypeus (l2)

6. Voorhoofd: midden kiel zwak verhoogd boven antenne implanten, en profil geen duidelijke knik naar voorhoofd lijn [10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, midden kiel zwak verhoogd boven antennen inplanten, en profil geen duidelijke knik naar voorhoofd lijn

7. Occipitaallijst: onder niet verbreed [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, occipitaallijst onder niet verbreed

BORSTSTUK

1. Bovenzijde borststuk (mesonotum): mat [10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, mesonotum mat

2. Pronotum: achterrand zwart [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, pronotum achterrand zwart

3. Voorpoot: scheen (tibia) en tarsen zwart [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, voorschenen en tarsen zwart

4. Mesosternum: voorrand zonder doornachtig uitsteeksel [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, voorrand mesosternum zonder doornachtig uitsteeksl

5. Zijde borststuk (mesopleuron): haren op midden mesopleuron langer dan doorsnede voorste ocelle [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, haren op midden mesopleuron langer dan doorsnede voorste ocelle

ACHTERLIJF

1. Lengte tergiet 1 duidelijk korter dan gecombineerde lengte tergieten 2 en 3 [9,10,11]

Trypoxylon figulus ♂︎, lengte tergiet 1 korter dan gecombineerde lengte tergieten 2 en 3


Referenties

1 Nederlands Soortenregister

2 Waarneming.nl

3 Peeters, T.M.J., C. van Achterberg, W.R.B. Heitmans, W.F. Klein, V. Lefeber, A.J. van Loon, A.A. Mabelis, H. Nieuwen-huijsen, M. Reemer, J. de Rond, J. Smit, H.H.W. Velthuis, 2004. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata). – Nederlandse Fauna 6. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden, knnv Uitgeverij, Utrecht & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

4 Breugel, P. van 2014. Gasten van bijenhotels. – EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden & Naturalis Biodiversity Center, Leiden.

5 Koch, F. (2002), Blösch, M. (2000). Die Grabwespen Deutschlands – Lebens‐weise, Verhalten, Verbreitung. 71. Teil. In Dahl, F.: Die Tierwelt Deutschlands. Begr.: 1925. – Keltern (Goecke & Evers). – 480 S. 341 Farbfotos. ISBN 3‐931374‐26‐2 (hardcover). DM 98,–. Zool. Reihe, 78: 353-353. https://doi.org/10.1002/mmnz.20020780208

6 PIEK, Tom (ed.). Venoms of the Hymenoptera: biochemical, pharmacological and behavioural aspects. Elsevier, 2013.

7 PAERN, Madli, et al. Host specificity of the tribe Chrysidini (Hymenoptera: Chrysididae) in Estonia ascertained with trap-nesting. EJE, 2015, 112.1: 91-99.

8 PAUKKUNEN, Juho, et al. An illustrated key to the cuckoo wasps (Hymenoptera, Chrysididae) of the Nordic and Baltic countries, with description of a new species. ZooKeys, 2015, 548: 1.

9 KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux. Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht, 1996, 1-130. + KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux: supplement. Jeugdbondsuitgeverij, 1999.

10 JACOBS, H. J (2007): Die Grabwespen Deutschlands Ampulicidae. Sphecidae, Crabronidae–Bestimmungsschlüssel in Blank, SM & Taeger, A (Hrsg): Die Tierwelt Deutschlands und der angrenzenden Meeresteile nach ihren Merkmalen und nach ihrer Lebensweise, Hymenoptera III–Keltern, Goecke & Evers, 79: 1-207.

11 Hermann Dollfuss, "Bestimmungsschlüssel der Grabwespen Nord- und Zentraleuropas (Hymenoptera, Sphecidae) mit speziellen Angaben zur Grabwespenfauna Österreichs", Publikation der Botanischen Arbeitsgemeinschaft am O.Ö.Landesmuseum Linz, LINZ, 20. Dezember 1991

12 LOMHOLDT, O. 1975-1976; 1984 (2. Auflage). The Sphecidae (Hymenoptera) of Fennoscandia and Denmark. Fauna Entomologica Scandinavica, 4.1: 2.

13 DANKS, Hugh V. Biology of some stem‐nesting aculeate Hymenoptera. Transactions of the Royal Entomological Society of London, 1971, 122.11: 323-395.

14 LELEJ, Arkady (ed.). Wasp fauna (Hymenoptera: Bethylidae, Chrysididae, Dryinidae, Tiphiidae, Mutillidae, Scoliidae, Pompilidae, Vespidae, Sphecidae, Crabronidae & Trigonalyidae) of Mordovia State Nature Reserve and its surroundings in Russia. Journal of Threatened Taxa, 2019, 11.2: 13195-13250.

15 Kees van Achterberg, 2013. "de nederlandse hongerwespen (hymenoptera: evanioidea: gasteruptiidae)"

16 FABIAN, Yvonne, et al. Plant diversity in a nutshell: testing for small‐scale effects on trap nesting wild bees and wasps. Ecosphere, 2014, 5.2: 1-18.

17 WOYDAK, Horst. Hymenoptera Aculeata Westfalica Familia: Sphecidae (Grabwespen), 1996, 3-135.

18 Schwarz, Martin. (2007). Revision der westpaläarktischen Arten der Gattung Hoplocryptus THOMSON (Hymenoptera, Ichneumonidae). Linzer Biologische Beiträge. 39.

19 Martynova, Kate & Fateryga, Alexander. (2015). Chrysidid wasps (Hymenoptera, Chrysididae)—Parasites of eumenine wasps (Hymenoptera, Vespidae: Eumeninae) in Crimea. Entomological Review. 95. 472-485. 10.1134/S0013873815040090.

20 COUDRAIN, Valérie; HERZOG, Felix; ENTLING, Martin H. Effects of habitat fragmentation on abundance, larval food and parasitism of a spider-hunting wasp. PLoS One, 2013, 8.3: e59286.

21 PARSLOW, Ben A.; SCHWARZ, Michael P.; STEVENS, Mark I. Review of the biology and host associations of the wasp genus Gasteruption (Evanioidea: Gasteruptiidae). Zoological Journal of the Linnean Society, 2020.

22 VERVES, Yuri G.; PROTSENKO, Yuri V. New Data on Digger Wasps, Sceliphron curvatum (F. Smith, 1870) and Trypoxylon figulus Linnaeus, 1758 (Hymenoptera: Sphecidae) as hosts of Amobia oculata Robineau‒Desvoidy, 1830 (Diptera: Sarcophagidae) in Ukraine. Chief Editor Professor Khaled H. Abu-Elteen, 2021, 8.2: 118-120.