Dit fraaie fris groen glimmend kevertje is een de Zijdeglansbladsnuitkever (Polydrusus formosus) [Soortenregister] uit de Snuitkever familie (Curculionidae) [Käfer Europas],[Kerbtier.de].
Sommige publicaties gebruiken een oudere wetenschappelijke namen [Soortenregister]:
- Polydrusus splendidus (Herbst, 1784)
- Polydrusus sericeus (Schaller, 1783)
Alternatieve Nederlands namen zijn [Soortenregister]:
- ‘Zijden snuittor’
- ‘Groene struiksnuittor’
INHOUD
1. Verspreiding
2. Gedrag
3. Plantrelaties
4. Prooi relaties
5. Herkenning
1. VERSPREIDING
Polydrusus formosus is een algemene kever in Nederland en in de tuin.
Komt voor in bebost grensgebied, parken, tuinen en onontgonnen gebied, overal zolang de juiste waardplanten er staan [UK Beetles].
2. GEDRAG
2.1. VLIEGTIJD
Actief van april tot augustus [NatureSpot].
De volwassen dieren grazen op blad en bloem knoppen, jonge bladeren en bloesem.
2.2. ONTWIKKELING
Volwassen dier leggen eieren, los of in kleine clusters [UK Beetles], in de schors of op de bladeren van de waardplant [NatureSpot]. De larven leven in de grond en voeden op de wortels van de plant [NatureSpot],[UK Beetles]. In de herfst is hun ontwikkeling voltooid en overwinteren ze als pop in de grond [UK Beetles] tot ze uitkomen in de lente [NatureSpot].
2.3. VERDEDIGING
Als de kever zich bedreigd voelt doet het alsof het dood is en blijft stil liggen.
3. VOEDSELPLANTEN
Verschillende waardplanten worden gebruikt [NatureSpot],[UK Beetles],[Pinski et al. 2005],[Hillstrom et al. 2010]:
Plant | Aanwezig |
Esdoorn (Acer) | – |
Els (Alnus) | omgeving |
Berk (Betula) | omgeving |
Hazelaar (Corylus) | tuin |
Meidoorn (Crataegus) | – |
Appel (Malus) | tuin |
Populier (Populus) | omgeving |
Prunus | – |
Peer (Pyrus) | – |
Eik (Quercus) | omgeving |
Wilg (Salix) | – |
Iep (Ulmus) | – |
De soort heeft een grote voorkeur voor Berk (Betula) [Pinski et al. 2005],[Hillstrom et al. 2010]. wat de vruchtbaarheid enorm lijkt te vergroten [Pinski et al. 2005],[Hillstrom et al. 2010]. In laboratium omstandigheden legden de vrouwtjes die toegang hadden tot Berk gemiddeld 29 eieren per dag, vrouwtjes op een dieet van Esdoorn legden daarentegen gemiddeld slechts 2 eitjes per dag [Pinski et al. 2005].
Volwassen dieren kunnen schade veroorzaken op vruchtknoppen, scheuten en bloesems fruitbomen maar vormt geen plaag. In ieder geval op appel kunnen vraat op de schil leiden tot kurk-achtige littekens ontstaan [Alford 2014].
4. PROOI RELATIES
De soort wordt door de volgende in Nederland voorkomende rovers bejaagd:
Graafwespen
(HYMENOPTERA, Crabronidae)
Genus | Soort |
---|---|
Cerceris [Alford 2014] | – Snuittorrendoder (Cerceris arenaria) [Bohne 2014] |
In de tuin zijn de volgende rovers geobserveerd:
Familie | Genus / Soort |
---|---|
Graafwespen (HYMENOPTERA, Crabronidae) | Cerceris – Snuittorrendoder (Cerceris arenaria) |
5. HERKENNING
Er komen een aantal gelijk uitziende soorten voor in Nederland, wat determinatie lastiger kan maken [Soortenregister].
5.1. EIEREN
De eitjes zijn helder geel als ze vers gelegd zijn en verkleuren daarna naar wit [Pinski et al. 2005].
Ze zijn ±0,5×0,3 mm groot [Pinski et al. 2005].
5.2. LARVEN
Larven tot 7 mm lang, C-vormig, crème-witte kleur met bruine kop [Alford 2014].
5.3. VOLWASSENEN
Volwassen dieren zijn 5 tot 8 mm [Alford 2014],[Sleeper 1957].
Vrouw + Man
- Ogen aan de zijkant van de kop
- Halsschild zonder rand beharing
- Halsschildrand recht, bedekt ogen niet
- Schouders duidelijk breder dan halsschild en hoekig afgerond
- Antennes staan aan de zijkant van de snuit
- Antenne komt niet tot over achterrand oog wanneer die plat tegen de zijkant kop zou liggen
- Antenne segment III tot VII veel langer dan breed
- Gebied tussen de ogen smaller dan gebied tussen antenne gaten
- Zwart lichaam dat geheel, dicht en gelijkmatig bedekt is met ronde metallic groene schubben (schubben kunnen afslijten waardoor zwarte plekken of hele delen zwart kleuren)
- Sprieten en poten rood-geel tot rood
- Poten met kleine nauwelijks zichtbare tandjes
- Antenne gaten op de neus zwart
- Grote ogen die nauwelijks uitsteken
- Elytra (dekvleugels) bij punt normaal ontwikkeld en nauw aansluitend bij de naad
- Snuit aan punt zwak verbreed
Man
- Achterzijde achterschenen met lange haren
Mannetjes voor deze soort kunnen geïdentificeerd worden met de volgende kenmerken [Sleeper 1957]:
- richel op het laatste sterniet apex (segment onderzijde)
- Groepje lange haren op onderhelft achterzijde achterscheen
Bij ontbreken van vergelijkingsmateriaal en betere kwaliteit foto materiaal ben ik niet zeker, maar het lijkt dat dit een mannetje is.
![](https://kerfdier.nl/wp-content/uploads/2019/03/20160528_krimpenaandenijssel_47-2-1024x512.png)
Literatuur
Alford 2014 Alford, D., 2014. Pests of Fruit Crops. Boca Raton: CRC Press, https://doi.org/10.1201/b17030Bohne 2014 Bohne, G., 2014, iNaturalist: observation predator relation Cerceris arenaria ➧ Polydrusus formosus
Hillstrom et al. 2010 Hillstrom, M. L., Vigue, L. M., Coyle, D. R., Raffa, K. F., & Lindroth, R. L., 2010. Performance of the invasive weevil Polydrusus sericeus is influenced by atmospheric CO2 and host species. Agricultural and Forest Entomology, 12(3), 285-292.
Käfer Europas Die Käfer Europas, Ein Bestimmungswerk im Internet, Herausgegeben von Arved Lompe, Nienburg/Weser, Begründet im September 2002
Kerbtier.de Kerbtier.de Käferfauna Deutschlands
NatureSpot NatureSpot - Recording the Wildlife of Leicester & Rutland
Pinski et al. 2005 Pinski, R. A., Mattson, W. J., & Raffa, K. F., 2005. Host breadth and ovipositional behavior of adult Polydrusus sericeus and Phyllobius oblongus (Coleoptera: Curculionidae), nonindigenous inhabitants of northern hardwood forests. Environmental Entomology, 34(1), 148-157.
Sleeper 1957 Sleeper, E. L., 1957. Notes on North American species of Polydrusus Germar. The ohio Journal of science, 57(3), 129-134.
Soortenregister Nederlands Soortenregister
UK Beetles UK Beetles