Pemphredon lugubris ♀︎♂︎

Laatst bijgewerkt: 14 oktober 2021
SOORT: Pemphredon lugubris
FAMILIE: Graafwespen (CRABRONIDAE)



WAARNEMING:
2021-V-302021-V-28

JAREN:
2021

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Officiële naam:

Synoniemen:

Pamphredon lugubris [1]

Pemphredon pacifica (Gussakovskij 1932)

Pemphredon pacificus (Gussakovskij 1932)

zie meer op: www.gbif.org

Etymologie:

lugubris

Latijn: rouwende

Pemphredon lugubris ♀︎
Pemphredon lugubris ♂︎

INHOUD

1. Verspreiding
2. Gedrag
3. Plant relaties
4. Prooi relaties
5. Parasitaire relaties
6. Herkenning

1. VERSPREIDING

Pemphredon lugubris is een algemene wesp [2] die verspreid door heel Nederland voorkomt [3].

2. GEDRAG

2.1. ACTIVITEIT

De soort is actief van begin mei tot begin november [3]. Er zijn twee generaties per jaar [3,14], in het begin van de zomer en in de herfst [14].

2.2. ONTWIKKELING

Nest

De vrouwtjes knagen hun nestgangen in rottend hout en gebruiken natuurlijke buisvormen zoals plantenstengels of verlaten vraatgangen van kevers [4,5,12,14]. Ook houten palen kunnen gebruikt worden [4].

In hout worden vertakte gangen geknaagd met een diameter van 4-5 mm [14]. Hierbij worden ook nep cellen gemaakt die worden opgevuld met houtpulp. Dat houtpulp kan later gebruikt worden om de hoofdgang op te vullen [5].
Soms wordt ook een gal gebruikt waarbij de lengte van de gang wordt bepaald door de grote van de gal [5].
In plantenstengels worden de nestcellen achter elkaar uit het merg geknaagd.

De soort gebruikt soms het nest van Ectemnius cavifrons om daarin te nestelen maar ze wordt meestal verjaagd. Als dat niet het geval is zal ze haar eigen nestgangen knagen als aftakkingen van de hoofdgang [3,5].

De broedcellen in plantenstengels worden in rijen aangelegd [14]. In alle media worden de broedcellen gescheiden met een 1-2mm dikke wand van houtpulp [5].

Iedere broedcel bevat 40 bladluizen [5,12]. Wanneer de cel vol zit wordt er één ei in gelegd op een bladluis in het midden of naar de achterkant van de broedcel [5].

2.3. BIJENHOTEL

Vrouwtjes kunnen waargenomen worden op bijenhotels waar ze nestmateriaal verzamelen [17].

Nestblokken bestaande uit hout in goede conditie zijn niet geschikt als nestplaats omdat de vrouwtjes alleen in vermolmd hout gangen kunnen knagen. Mogelijk dat het aanbieden van bamboestaafjes of buisjes uit andere plantenstengels waar het merg nog in zit kan worden gebruikt.

Uit eigen waarneming heb ik een vrouwtje P. lugubris op de bijenhotel sectie II nestblok 10 gevuld met bamboe en Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum) staafjes waargenomen.

Uit eigen waarneming blijkt dat wanneer de nestblokken verslechteren ze interessant te worden voor knagende graafwespen soorten. Mogelijk dat Pemphredon hier ook gebruik van gaat maken.

Mannetjes heb ik niet waargenomen op het bijenhotel en ook in de literatuur wordt daar geen melding van gedaan.

2.4. PARING

Uit eigen waarneming heb ik de soort zien paren in een struik Rode kornoelje (Cornus sanguinea). De mannetjes waren continu in en om de plant aanwezig en af en toe landde een vrouwtje die direct werd benaderd, zie hier.

2.5. JACHT

Gevangen prooien worden verlamd door met de kaken in de nek regio te bijten [12,16]. Zover bekend gebruiken alle leden uit de subfamilie Pemphredoninae de angel niet [12,16].

De prooi wordt met de kaken naar het nest vervoerd [4,12].

3. PLANT RELATIES

3.1. HOUTSOORTEN

In de literatuur worden de volgende houtsoorten genoemd als medium waarin de wesp haar nest maakt:

Adoxaceae
(Muskuskruidfamilie)
Sambucus (Vlier) [4,15]
Anacardiaceae
(Pruikenboomfamilie)
Rhus (Sumak) [15]
Asteraceae [5]
(Composietenfamilie)
Artemisia [4]
Malvaceae
(Kaasjeskruidfamilie)
Hibiscus [5]
Oleaceae 
(Olijffamilie)
Fraxinus (Es) [15]
Rosaceae
(Rozenfamilie)
Rosa (Roos) [15]

Rubus (Braam) [4,15]
Simaroubaceae
(Hemelboomfamilie)
Ailanthus (Hemeelboom) [4]

3.2. VOEDSELPLANTEN

In de literatuur worden de volgende planten soorten en groepen genoemd:

Adoxaceae
(Muskuskruidfamilie)
Sambucus (Vlier) [14]
Apiaceae [5]
(Schermbloemenfamilie)
Asteraceae [5]
(Composietenfamilie)

De wespen likken ook honingdauw op van bladeren [14].

Tuinsoorten

In de tuin staan schermbloemigen maar ik heb de soort daarop nog niet foeragerend waargenomen.

Apicaceae [5]
(Schermbloemenfamilie)
Foeniculum
Foeniculum vulgare (Venkel)

Pastinaca
– Pastinaca sativa (Pastinaak)
Asteraceae [5]
(Composietenfamilie)
Anthemis
–  Anthemis tinctoria (Gele kamille)

Cichorium
Cichorium intibus (WIlde cichorei)

Solidago
Solidago gigantea (Late guldenroede)

Tanacetum
Tanacetum vulgare (Boerenwormkruid)

Taraxacum
Taraxacum officinale (Paardenbloem)

3.3. PROOI PLANTEN

Pemphredon vindt haar prooien op de planten waarop die leven.
In de literatuur worden de volgende planten soorten en groepen genoemd:

Caryophyllaceae
(Anjerfamilie)
Stellaria
Stellaria media [15]

Tuinsoorten

De tuin bevat geen Caryophyllaceae.

4. PROOI RELATIES

De soort gebruikt alleen grotere [5,12] bladluizen (Aphidoidea) voor haar broed [3,4,5,9,12,13,14], is niet kieskeurig welke soort en gebruikt wat voorhanden is [4].
Soms zal een volwassen wesp van een gevangen bladluis eten zonder die naar het nest te transporteren [4].


In de literatuur worden de volgende in Nederland [1] voorkomende soorten genoemd:

Aphidoidea (Bladluizen) [3,9]Aphis
Aphis sumbuci (Vlierluis) [5,12]

Brachycaudus
Brachycaudus prunicola (Gevlekte kortstaartluis) [5 (als Anuraphis persicae)]

Lachnus
Lachnus pallipes [16]

Myzus
Myzus cerasi (Zwarte kersenluis) [5]

Tuinsoorten

Geen van de genoemde prooisoorten zijn nog waargenomen in de tuin.

5. PARASITAIRE RELATIES

In de literatuur worden de volgende in Nederland [1] voorkomende soorten genoemd:

Chrysididae
(Goudwespen)

Elampus
Elampus constrictus [4(als Omalus constrictus)]

Omalus (Kogelgoudwespen)
*
Omalus aeneus [5,8]

Philoctetes (Kogelgoudwespen)
Philoctetes truncatus [3]

Pseudomalus (Kogelgoudwespen)*
Pseudomalus auratus [4,8][14(als Ellampus auratus)]
➡︎ broed idiobionte ectoparasitoïde (voedselvoorraad en larve) [14]
Pseudomalus triangulifer [8,13]
Pseudomalus violaceus [3,8,13][4(als Omalus violaceus)]
Ichneumonidae
(Sluipwespen)

Perithous
Perithous divinator [3,4,5]
Perithous scurra [3,5(als P.mediator)]
Perithous septemcinctorius [6,7]
*goudwesp vrouwtje gaat nest niet in, maar parasiteert levende bladluis die daarna door P. lugubris wordt gevangen [8]

6. HERKENNING

Lengte mannetjes: 7,5 – 10 mm
Lengte vrouwtjes: 10 – 11,5 mm

Genus

Het genus Pemphredon is te herkennen aan:

1.  Voorvleugel: met twee submarginaal cellen [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, Pemphredon: voorvleugel met twee submarginaal cellen

2. Voorvleugel: met twee discoïdaal cellen [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, Pemphredon: voorvleugel met twee submarginaal cellen

3. Voorvleugel: pterostigma kleiner dan marginaal cel [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, Pemphredon: pterostigma kleiner dan marginaal cel

4. Borststuk: pronotum niet verlengd, zijden bereiken tegula niet [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, Pemphredon: pronotum niet verlengd, achterrand bereikt tegula niet

5. Borststuk: notauli bereiken achterrand mesonotum niet [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, Pemphredon: notauli bereiken achterrand mesonotum niet

6. Achterlijf: Eerste achterlijfssegement voor steelvormig [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, Pemphredon: abdominaal segment 1 voor steelvormig



exemplaar voor foto identificatie gevangen op 09-x-2021, lengte ±13mm

Pemphredon lugubris ♀︎
Pemphredon lugubris ♀︎
Pemphredon lugubris ♀︎
Pemphredon lugubris ♀︎
  1. Antenne met 12 segmenten [9,10,11]
Pemphredon lugubris ♀︎, antenne met 12 segmenten

2. Achterlijf met 6 segmenten [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♀︎, achterlijf met 6 segmenten

3. Clypeus met weinig silveren beharing [10,11]

Pemphredon lugubris ♀︎, clypeus met weinig zilveren beharing

4. Tergiet 6 met pygydium [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♀︎

KOP

1. Clypeus: voorrand recht afgesneden [10,11] ([KLEIN]: afgerond [9])

Pemphredon lugubris ♀︎, clypeus voorrand recht afgesneden

2. Zonder bult tussen antenne inplanten [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♀︎, geen bult tussen antenne inplanten
Pemphredon lugubris ♀︎, geen bult tussen antenne inplanten

3. Antenne segment 3 ongeveer 2,4-3x zo lang als breed [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♀︎, antenne segment 3 lengte (l) 2,4-3 x breedte (w)

BORSTSTUK

1. Voorvleugel: tweede teruglopende ader mondt uit in tweede submarginaal cel [9,(10),11]

Pemphredon lugubris ♀︎, tweede teruglopende ader mondt uit in submarginaalcel 2

2. Zijde borststuk (mesopleuron): voor midden heup (coxa) met dwars gerimpelde structuur [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♀︎, mesopleuron voor midden coxa met dwars gerimpelde structuur

3. Propodeum: rand rugveld onduidelijk begrensd [9,11], smal, met structuur [10,11] en mat [10]

ACHTERLIJF

1. Petiolus: langer dan helft lengte tergiet 1 [10], langer dan helft lengte postpetiolus [11], lang en slank [9]

Pemphredon lugubris ♀︎, petiolus (P) langer dan postpetiolus (PP)
  1. Pygydium lang en smal [9,10,11], niet kielvormig [10]
Pemphredon lugubris ♀︎, pygydium lang en smal



exemplaar voor foto identificatie gevangen op 30-v-2021, lengte ±9mm

Pemphredon lugubris ♂︎
Pemphredon lugubris ♂︎
Pemphredon lugubris ♂︎
Pemphredon lugubris ♂︎


  1. Antenne met 13 segmenten [9,10,11]
Pemphredon lugubris ♂︎, antennes met 13 segmenten

2. Clypeus: met zilveren beharing [10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎

3. Tergiet 7 zonder pygidium [9,10,11]

KOP

1. Clypeus voorrand [11]

Pemphredon lugubris ♂︎, clypeus voorrand

2. Geen bult tussen antenne inplanten [(9),10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, geen bult tussen antenne inplanten
Pemphredon lugubris ♂︎, geen bult tussen antenne inplanten

3. Antenneleden 5 – 9 met tyloïden [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, tyloïden op antenne segmenten 5 – 9

BORSTSTUK

1. Midden tarssegment 1 apicaal vrijwel recht [10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, midden tarslid 1 apicaal vrijwel recht

2. Zijde borststuk (mesopleuron): voor midden heup (coxa) met duidelijke, dwarse rimpelstructuur [9,10,11]

Pemphredon lugubris ♂︎, mesopleuron voor midden heup dwarsgestreept

ACHTERLIJF

  1. Petiolus: langer dan tergiet 1 [10] (postpetiolus [11]), lang en slank [9]
Pemphredon lugubris ♂︎, petiolus (P) langer dan postpetiolus (Pp)



Referenties

1 Nederlands Soortenregister

2 Waarneming.nl

3 Peeters, T.M.J., C. van Achterberg, W.R.B. Heitmans, W.F. Klein, V. Lefeber, A.J. van Loon, A.A. Mabelis, H. Nieuwen-huijsen, M. Reemer, J. de Rond, J. Smit, H.H.W. Velthuis, 2004. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata). – Nederlandse Fauna 6. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden, knnv Uitgeverij, Utrecht & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

4 BOHART, Richard M.; BOHART, Richard Mitchell; MENKE, Arnold S. Sphecid wasps of the world: a generic revision. Univ of California Press, 1976.

5 Koch, F. (2002), Blösch, M. (2000). Die Grabwespen Deutschlands – Lebens‐weise, Verhalten, Verbreitung. 71. Teil. In Dahl, F.: Die Tierwelt Deutschlands. Begr.: 1925. – Keltern (Goecke & Evers). – 480 S. 341 Farbfotos. ISBN 3‐931374‐26‐2 (hardcover). DM 98,–. Zool. Reihe, 78: 353-353. https://doi.org/10.1002/mmnz.20020780208

6 ALIYEV, Azer; MAHARRAMOVA, Sheyda. Ichneumonidae in der Sammlung des Zoologischen Institutes der NAS der Republik Azerbaijan. Teil I. Unterfamilie Pimplinae (Hymenoptera). Beiträge zur Entomologie= Contributions to Entomology, 2009, 59.2: 271-286.

7 Martynova, Kate & Fateryga, Alexander. (2014). Omalus sculpticollis as the Main Enemy of Psenulus fuscipennis (Hymenoptera, Chrysididae, Crabronidae) in the Crimea, Ukraine. Vestnik Zoologii. 48. 11-26. 10.2478/vzoo-2014-0002.

8 PAUKKUNEN, Juho, et al. An illustrated key to the cuckoo wasps (Hymenoptera, Chrysididae) of the Nordic and Baltic countries, with description of a new species. ZooKeys, 2015, 548: 1.

9 KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux. Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht, 1996, 1-130. + KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux: supplement. Jeugdbondsuitgeverij, 1999.

10 JACOBS, H. J (2007): Die Grabwespen Deutschlands Ampulicidae. Sphecidae, Crabronidae–Bestimmungsschlüssel in Blank, SM & Taeger, A (Hrsg): Die Tierwelt Deutschlands und der angrenzenden Meeresteile nach ihren Merkmalen und nach ihrer Lebensweise, Hymenoptera III–Keltern, Goecke & Evers, 79: 1-207.

11 Hermann Dollfuss, "Bestimmungsschlüssel der Grabwespen Nord- und Zentraleuropas (Hymenoptera, Sphecidae) mit speziellen Angaben zur Grabwespenfauna Österreichs", Publikation der Botanischen Arbeitsgemeinschaft am O.Ö.Landesmuseum Linz, LINZ, 20. Dezember 1991

12 LOMHOLDT, O. 1975-1976; 1984 (2. Auflage). The Sphecidae (Hymenoptera) of Fennoscandia and Denmark. Fauna Entomologica Scandinavica, 4.1: 2.

13 LELEJ, Arkady (ed.). Wasp fauna (Hymenoptera: Bethylidae, Chrysididae, Dryinidae, Tiphiidae, Mutillidae, Scoliidae, Pompilidae, Vespidae, Sphecidae, Crabronidae & Trigonalyidae) of Mordovia State Nature Reserve and its surroundings in Russia. Journal of Threatened Taxa, 2019, 11.2: 13195-13250.

14 TSUNEKI, Katsuji. Ethological studies on the Japanese species of Pemphredon (Hymenoptera, Sphecidae), with notes on their parasites, Ellampus spp.(Hym., Chrysididae)(With 5 Text-figures). 北海道大學理學部紀要, 1952, 11.1: 57-75.

15 FABIAN, Yvonne, et al. Plant diversity in a nutshell: testing for small‐scale effects on trap nesting wild bees and wasps. Ecosphere, 2014, 5.2: 1-18.

16 PIEK, Tom (ed.). Venoms of the Hymenoptera: biochemical, pharmacological and behavioural aspects. Elsevier, 2013.

17 Breugel, P. van 2014. Gasten van bijenhotels. – EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden & Naturalis Biodiversity Center, Leiden.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *