Bijenwolf (Philanthus triangulum) ♀︎♂︎

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2020
SOORT: Bijenwolf (Philanthus triangulum)
GENUS: PHILANTHUS
FAMILIE: Graafwespen (CRABRONIDAE)



WAARNEMING:
2021-VIII-062021-VIII-052021-IX-062021-IX-052021-IX-042020-VIII-282020-VIII-242020-VIII-212020-VIII-092020-IX-042019-VIII-302019-VIII-162016-VII-17

JAREN:
2016201920202021

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum)

1. VERSPREIDING

De wesp is algemeen in Nederland [1,2].

Dat geldt niet voor de tuin, welke zij in 2019 voor het eerst heeft bezocht.

2. GEDRAG

2.1. VLIEGTIJD

De soort is actief van eind mei tot begin oktober [1].

2.2. ONTWIKKELING

De wesp bouwt nesten in de grond die uit 3 tot 34 cellen kunnen bestaan [1].

De larven worden gevoed met Honingbijen die het vrouwtje actief vangt. Per cel worden 3 tot 6 bijen gebruikt [1].

Bij hoge uitzondering worden ook bijen gebruikt van de geslachten [1]:

  • Andrena (Zandbijen), 
  • Dasypoda (Pluimvoetbijen), 
  • Halictus (Groefbijen),
  • Lasioglossum (Groefbijen)
  • Megachile (Behangersbijen).
Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum)

Haar jachtmethode kent een aantal stappen:

  1. Eerst vliegt ze een aantal keer over de plant om de potentiële slachtoffers te bekijken
  2. Als ze een slachtoffer heeft gespot stort ze zicht uit vlucht op haar
  3. In de schermutseling die daarop volgt steekt ze het slachtoffer om haar te verlammen
  4. Daarna houdt ze met haar poten en kaken de honingbij in bedwang tot die niet meer tegenstribbelt.

Terwijl ik haar observeerde bleek stap 4 vaak de lastigste en viel haar prooi op de grond. Het leek erop dat het ongelukken waren en niet opzettelijk. Nadat de prooi op de grond was gevallen had ze er geen interesse meer in en ging op zoek naar de volgende. na enige dagen lagen er verschillende dode bijen onder de plant.

Honingbij ♀︎ (Apis mellifera), dood slachtoffer van Bijenwolf

3. HERKENNING

Bijenwolf ♂︎ (Philanthus triangulum)

Het vrouwtje heeft een lengte van 12-17 mm, het mannetje heeft een lengte van 8-15 mm [1].

De soort is te herkennen aan de volgende kenmerken [3].

1. Drie submarginale cellen

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), voorvleugel met 3 submarginale cellen

2. Binnenrand oog met inbochting

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), binnenrand oog met uitbochting

3. Tergieten geel gevlekt

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), tergieten geel gevlekt

4. Vrouwtjes zonder pygidium

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), abdomen zonder pygidium

5. Bovenzijde propodeum dicht gepunctueerd en behaard

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), dichte punctuering en haren op propodeum

Vrouwtjes

1. Voorrand clypeus met twee tandjes

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), tandjes op clypeus

2. Clypeus zonder lange haren

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum)

3. Rode kromme langwerpige vlek achter oog

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), rode kromme langwerpige vlek achter oog

4. Tarsen voorpoten met borstelkam [4]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), tarsen voorpoten met borstelkam

Mannetjes

1. Frons met opvallende driehoekige vlek in vorm van een kroon

Bijenwolf ♂ (Philanthus triangulum), kroonvormige gele vlek op voorhoofd

2. Clypeus met lange haren

Bijenwolf ♂︎(Philanthus triangulum), clypeus met lange haren en driehoekige vlek op frons

3. Gele kromme langwerpige vlek achter oog

Bijenwolf ♂ (Philanthus triangulum), gele vlak achter oog

Referenties

1 Peeters, T.M.J., H. Nieuwenhuijsen, J. Smit, F. van der Meer, I.P. Raemakers, W.R.B. Heitmans, C. van Achterberg, M. Kwak, A.J. Loonstra, J. de Rond, M. Roos & M. Reemer 2012. De Nederlands bijen (Hymennoptera: Apidae s.l.). - Natuur van Nederland 11, Naturalis Biodiversity Center & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.

2 Waarneming.nl

3 Hermann Dollfuss, "Bestimmungsschlüssel der Grabwespen Nord- und Zentraleuropas (Hymenoptera, Sphecidae) mit speziellen Angaben zur Grabwespenfauna Österreichs", Publikation der Botanischen Arbeitsgemeinschaft am O.Ö.Landesmuseum Linz, LINZ, 20. Dezember 1991

4 KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux. Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht, 1996, 1-130. + KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux: supplement. Jeugdbondsuitgeverij, 1999.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *