Bijenwolf (Philanthus triangulum) ♀︎♂︎

Laatst bijgewerkt: 29 juni 2022
SOORT: Bijenwolf (Philanthus triangulum)
GENUS: PHILANTHUS
FAMILIE: CRABRONIDAE



WAARNEMING:
2022-VI-032021-VIII-062021-VIII-052021-IX-062021-IX-052021-IX-042020-VIII-282020-VIII-242020-VIII-212020-VIII-092020-IX-042019-VIII-302019-VIII-162016-VII-17

JAREN:
20162019202020212022

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Officiële naam:

Synoniemen:

Philanthus triangulum [1]


zie meer op: www.gbif.org

Etymologie:

triangulum

Philanthus triangulum ♂︎

INHOUD

1. Verspreiding
2. Gedrag
3. Plant relaties
4. Prooi relaties
5. Parasitaire relaties
6. Herkenning

1. VERSPREIDING

Philanthus triangulum is een algemene soort in Nederland [2,3].

Tuinsoort

Sinds 2019 is de wesp elk jaar aanwezig. Tegen het invallen van de avond verschijnen er vaak mannetjes om een slaapplek te graven in het zand. Vrouwtjes worden aangetrokken door de Honingbijen die de tuin bezoeken. Een enkele keer maakte een vrouwtje aanstalten om een nest te bouwen, maar tot op heden heeft er nog geen een nest afgerond.

2. GEDRAG

2.1. ACTIVITEIT

De soort is actief van eind mei tot begin oktober [3].

2.2. ONTWIKKELING

Nest

Nesten worden in zandige grond gegraven [6], soms in aggregaties [6].

De wesp bouwt nesten in de grond die uit 3 tot 34 cellen kunnen bestaan [3]. Per cel worden 3 tot 6 prooidieren gebruikt [3].

2.3. BIJENHOTEL

De soort maakt geen gebruik van bijenhotels.

2.4. JACHT

Het vrouwtje jaagt actief op Honingbijen.

Haar jachtmethode volgt een aantal stappen:

  1. Eerst vliegt ze een aantal keer over de plant om de potentiële slachtoffers te bekijken
  2. Als ze een slachtoffer heeft gespot stort ze zicht uit vlucht op haar
  3. In de schermutseling die daarop volgt steekt ze het slachtoffer om haar te verlammen
  4. Daarna houdt ze met haar poten en kaken de honingbij in bedwang tot die niet meer tegenstribbelt.

Terwijl ik haar observeerde bleek stap 4 vaak de lastigste en viel haar prooi op de grond. Het leek erop dat het ongelukken waren en niet opzettelijk. Nadat de prooi op de grond was gevallen had ze er geen interesse meer in en ging op zoek naar de volgende. Na enige dagen lagen er verschillende dode bijen onder de plant.

Het gif van de soort heeft een permanent verlammend effect op de bijen [12].

Honingbij ♀︎ (Apis mellifera), dood slachtoffer van Bijenwolf

3. PLANT RELATIES

3.1. VOEDSELPLANTEN

In de literatuur worden de volgende planten soorten en groepen genoemd:

Apiaceae
(Schermbloemenfamilie)

Falcaria
Falcaria vulgaris (Sikkelkruid) [5]
Asteraceae
(Composietenfamilie)

Cirisium (Vederdistel) [5]


Tanacetum
 
Tanacetum vulgare (Boerenwormkruid) [5]
Ericaceae
(Heidefamilie)

Calluna [5]
Lamiaceae
(Lipbloemenfamilie)

Thymus (Tijm) [5]
Onagraceae
(Teunisbloemfamilie)

Epilobium (Basterdwederik) [5]
Rhamnaceae
(Wegedoornfamilie)

Rhamnus (Vuilboom) [9]
Rosaceae
(Rozenfamilie)

Rubus (Braam) [5]

Tuinsoorten

In de tuin heb ik de soort foeragerende gezien op de volgende planten:

Asteraceae
(Composietenfamilie)

Solidago (Guldenroede)
Lamiaceae
(Lipbloemenfamilie)
Mentha
Mentha suaveolens (Witte munt)

4. PROOI RELATIES

De larven worden gevoed met Honingbijen (Apis melifera).

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum)

Bij hoge uitzondering worden ook bijen gebruikt van de geslachten [3,7]:

  • Andrena (Zandbijen), 
  • Dasypoda (Pluimvoetbijen), 
  • Halictus (Groefbijen),
  • Lasioglossum (Groefbijen)
  • Megachile (Behangersbijen).

5. PARASITAIRE RELATIES

In de literatuur worden de volgende in Nederland [3] voorkomende soorten genoemd:

Chrysididae
(Goudwespen)

Chrysis (Tandgoudwespen)
Chrysis ignita [7]

Heydychrum
Heydychrum gerstaeckeri [5,7]
Heydychrum rutilans [5,7]

Pseudomalus
Pseudomalus auratus [7]

Diptera
(Vliegen)

Conopidae (Blaaskopvliegen) [5]
Conops [3]

Sarcophagidae (Dambordvliegen) [5]
Metopia [3]
Metopia argyrocephala [5]
Metopia leucocephala [7]

Physocephala
Physocephala chrysorrhoea [5,7]
Physocephala vittata [5,7]

Senotainia
Senotainia albifrons [7]

Sphecapata [3]
Sphecapata conica [5,7]

Parasitaire soorten buiten Nederland:

Coleoptera
(Kevers)

Dermestidae (Spektorren) [7]

Dermestes
Dermestes murinus [7]
Mutilididae
(Mierwespen)

Dasylabris
Dasylabris maura [7]
Diptera
(Vliegen)

Sarcophagidae (Dambordvliegen)


Phylloteles
Phylloteles pictipennis [7]

6. HERKENNING

Lengte mannetjes: 13 – 17 mm
Lengte vrouwtjes: 8 – 10 mm

Genus

Het genus Philanthus is te herkennen aan:

1.  Voorvleugel: met drie submarginaal cellen [9,10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), voorvleugel met 3 submarginale cellen

2. Voorvleugel: submarginaalcel 3 niet gesteeld of driehoekig [9,10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), Philanthus: submarginaalcel 3 niet gesteeld of driehoekig

3. Voorvleugel: eerste teruglopende ader eindigt in submarginaalcel 2 [9,11], tweede teruglopende ader eindigt in submarginaalcel 3 [9,10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), Philanthus: tweede teruglopende ader ewindigt in submarginaalcel 3

4. Kop: binnenrand oog met inbochting [9,10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), binnenrand oog met uitbochting

5. Notauli: kort en onduidelijk [10,11]

Philanthus triangulum ♂︎, Philanthus: notauli kort en onduidelijk

6. Bovenzijde propodeum dicht gepunctueerd en behaard [10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), dichte punctuering en haren op propodeum

7. Achterlijf: tergiet 1 niet steelvormig [9,10,11]

Philanthus triangulum ♂︎, Philanthus: achterlijf niet steelvormig

8. Achterlijf: tergieten geel gevlekt [9,10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), tergieten geel gevlekt


Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum)
Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum)
Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum)

1. Antenne met 12 segmenten [9,10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), antenne met twaalf segmenten

2. Achterlijf met 6 segmenten [9,10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), achterlijf met zes segmenten

3. Achterlijf zonder pygidium [11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), abdomen zonder pygidium

4. Clypeus: zonder lange haren [10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum)

5. Voorpoot: tarsen met borstelkam [9]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), tarsen voorpoten met borstelkam

KOP

1. Clypeus: voorrand met twee tandjes [10,11]

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), tandjes op clypeus

2. Kop: rode kromme langwerpige vlek achter oog. De kleur is zeer variabel [5].

Bijenwolf ♀︎ (Philanthus triangulum), rode kromme langwerpige vlek achter oog

BORSTSTUK

ACHTERLIJF



exemplaar voor foto identificatie gevangen op 10-vi-2022

Philanthus triangulum ♂︎
Philanthus triangulum ♂︎
Philanthus triangulum ♂︎
Philanthus triangulum ♂︎
Philanthus triangulum ♂︎

1. Antenne met 13 segmenten [9,10,11]

Bijenwolf ♂︎ (Philanthus triangulum), antenne met dertien segmenten

2. Achterlijf met 7 segmenten [9,10,11]

Bijenwolf ♂︎ (Philanthus triangulum), achterlijf met zeven segmenten

3. Clypeus: met lange haren [10]

Bijenwolf ♂︎(Philanthus triangulum), clypeus met lange haren en driehoekige vlek op frons

KOP

1. Voorhoofd (frons): met opvallende driehoekige vlek in vorm van een kroon [9]

Bijenwolf ♂︎ (Philanthus triangulum), kroonvormige gele vlek op voorhoofd

3. Kop: gele kromme langwerpige vlek achter oog. De kleur is zeer variabel [5]

Bijenwolf ♂︎ (Philanthus triangulum), gele vlak achter oog

BORSTSTUK

ACHTERLIJF



Referenties

1 Nederlands Soortenregister

2 Waarneming.nl

3 Peeters, T.M.J., C. van Achterberg, W.R.B. Heitmans, W.F. Klein, V. Lefeber, A.J. van Loon, A.A. Mabelis, H. Nieuwen-huijsen, M. Reemer, J. de Rond, J. Smit, H.H.W. Velthuis, 2004. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata). – Nederlandse Fauna 6. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden, knnv Uitgeverij, Utrecht & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

5 Koch, F. (2002), Blösch, M. (2000). Die Grabwespen Deutschlands – Lebens‐weise, Verhalten, Verbreitung. 71. Teil. In Dahl, F.: Die Tierwelt Deutschlands. Begr.: 1925. – Keltern (Goecke & Evers). – 480 S. 341 Farbfotos. ISBN 3‐931374‐26‐2 (hardcover). DM 98,–. Zool. Reihe, 78: 353-353. https://doi.org/10.1002/mmnz.20020780208

6 BOHART, Richard M.; BOHART, Richard Mitchell; MENKE, Arnold S. Sphecid wasps of the world: a generic revision. Univ of California Press, 1976.

7 LELEJ, Arkady (ed.). Wasp fauna (Hymenoptera: Bethylidae, Chrysididae, Dryinidae, Tiphiidae, Mutillidae, Scoliidae, Pompilidae, Vespidae, Sphecidae, Crabronidae & Trigonalyidae) of Mordovia State Nature Reserve and its surroundings in Russia. Journal of Threatened Taxa, 2019, 11.2: 13195-13250.

9 KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux. Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht, 1996, 1-130. + KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux: supplement. Jeugdbondsuitgeverij, 1999.

10 JACOBS, H. J (2007): Die Grabwespen Deutschlands Ampulicidae. Sphecidae, Crabronidae–Bestimmungsschlüssel in Blank, SM & Taeger, A (Hrsg): Die Tierwelt Deutschlands und der angrenzenden Meeresteile nach ihren Merkmalen und nach ihrer Lebensweise, Hymenoptera III–Keltern, Goecke & Evers, 79: 1-207.

11 Hermann Dollfuss, "Bestimmungsschlüssel der Grabwespen Nord- und Zentraleuropas (Hymenoptera, Sphecidae) mit speziellen Angaben zur Grabwespenfauna Österreichs", Publikation der Botanischen Arbeitsgemeinschaft am O.Ö.Landesmuseum Linz, LINZ, 20. Dezember 1991

12 PIEK, Tom (ed.). Venoms of the Hymenoptera: biochemical, pharmacological and behavioural aspects. Elsevier, 2013.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.