Gewone franjegroefbij (Lasioglossum sextrigatum)

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2020
SOORT: Gewone franjegroefbij (Lasioglossum sextrigatum)
GENUS: Groefbijen (LASIOGLOSSUM)
FAMILIE: HALICTIDAE



WAARNEMING:
2021-V-182021-V-132021-IV-182021-IV-162020-IX-042020-IV-052019-IV-202019-III-292016-V-292016-V-282016-V-16

JAREN:
2016201920202021

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


De Gewone franjegroefbij (Lasioglossum sexstrigatum) is een vaste bewoner van de tuin. 

Gewone franjegroefbij ♀︎
(Lasioglossum sextrigatum)
Gewone franjegroefbij ♀︎
(Lasioglossum sextrigatum)

1. VERSPREIDING

Dit is een algemeen voorkomende soort in heel Nederland met uitzondering van Zuid-limburg en de noordelijke provincies waar de bij minder algemeen is.

2. GEDRAG

2.1. VLIEGTIJD

De soort is actief tussen eind maart en oktober.

2.2. ONTWIKKELING

De bij nestelt in zandgrond. In de tuin kunnen daarvoor o.a. de ruimtes tussen de tegels worden gebruikt [1, 2], wat ik zelf nog niet heb kunnen waarnemen.

2.3. DRACHTPLANTEN

In algemeen wordt de soort waargenomen op[1, 2]:

  • Paardebloem (Taraxacum officinale)
  • Sporkehout (Rhamnus frangula)
  • Wilg (Salix)

In de tuin bezoekt de soort:

  • Vuurdoorn (Pyracantha)
  • Scherpe boterbloem (Ranunculus acris)
  • Dotterbloem (Caltha palustris)

 

3. IDENTIFICATIE

Groefbijen hebben hun naam te danken aan de groef in het laatste achterlijfstergiet van het vrouwtje. De Engelse naam voor de familie is Sweat bee, zweet bij, omdat sommige familieleden blijkbaar aangetrokken worden door zweet.

Uitvergroting groef op abdomen Gewone franjegroefbij ♀︎ (Lasioglossum sextrigatum)
Karakteristieke groef op tergiet VI van vrouwtje

Het is een kleine bij van 5 – 7 mm.

De soort is herkenbaar aan de volgende kenmerken[1, 2, 3]:

Algemeen

  1. Zwart lichaam [1]
  2. Achterrand tergieten II – IV (bovenkant achterlijf segmenten) transparant bruin [2]
  3. Borststuk fijn gepunctueerd, zijkanten gerimpeld [2]
  4. Vertex (Bovenkant kop) gepunctueerd met duidelijke tussenruimten [3]
  5. Binnendijbeen met 2 tot 3 doorns (doorn met microscopische zaagtandjes, wat deze soort onderscheid van L. sabulosum) [3]

Vrouwtjes

  1. Antennen met 12 segmenten
  2. Achterlijf met 6 segmenten, segment VI met karakteristieke groef omringd door beharing.
  3. Achterrand tergieten met witte haarbandjes [1, 2]
  4. Mesonotum (bovenkant borststuk) mat [3]
  5. Kop breder dan lang [2, 3]

Mannetjes

  1. Antennen met 13 segmenten
  2. Achterlijf met 7 segmenten
  3. Basis tergiet II verzonken [3]
  4. Licht geel witte kleur op kaken, clypeus (voorkant gezicht) en labrum (lip boven mond) [3]
  5. Sterniet II (onderkant segment achterlijf) niet opvalland lang of dicht behaard [3]
  6. Slapen meestal met naar onderen hoek of tand [2, 3]

4. NESTPARASIETEN

De volgende nestparasieten zijn ook waargenomen in de tuin:


Referenties

1 Peeters, T.M.J., H. Nieuwenhuijsen, J. Smit, F. van der Meer, I.P. Raemakers, W.R.B. Heitmans, C. van Achterberg, M. Kwak, A.J. Loonstra, J. de Rond, M. Roos & M. Reemer 2012. De Nederlands bijen (Hymennoptera: Apidae s.l.). - Natuur van Nederland 11, Naturalis Biodiversity Center & European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.

2 wildebijen.nl, "De Nederlandse bijen en hun relaties, overzicht van in Nederland en Vlaanderen voorkomende solitaire en sociale bijen (Apidea s.l.)"

3 HERRMANN, M.; DOCZKAL, D. Schlüssel zur Trennung der Zwillingsarten Lasioglossum sexstrigatum (SCHENCK, 1870) und Lasioglossum sabulosum (WARNCKE, 1986)(Hym., Apidae). Bzzz/HymenoVaria, 1999, 10.1: 33-40.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *