Kleine zeefwesp (Crabro peltarius) ♂︎

Laatst bijgewerkt: 25 maart 2021
SOORT: Kleine zeefwesp (Crabro peltarius)
GENUS: Zeefwespen (CRABRO)
FAMILIE: Graafwespen (CRABRONIDAE)



WAARNEMING:
2021-VI-062020-VI-022020-V-312020-V-302020-V-272020-V-202019-V-242016-V-28

JAREN:
2016201920202021

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius)
Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius)

1. VERSPREIDING

Het is een algemeen voorkomende soort in heel Nederland [1].

2. GEDRAG

2.1. ACTIVITEIT

De soort is actief van mei tot oktober [1].

2.2. ONTWIKKELING

De naam van de familie is afgeleid van de verdikte voorpoten van de mannetjes. Hierin zitten transparante groeven die licht doorlaten wat mogelijk een rol speelt bij de paring. Het mannetje houdt dan de zeefjes over de ogen van het vrouwtje [1,4].

De mannetjes willen nog wel eens slapen in een bijenhotel, de vrouwtjes komen niet naar bijenhotels en nestelen in de grond [2]. bij voorkeur in zandbodem [1].

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius)

3. PROOI RELATIES

C. peltarius vangt vliegen uit de volgende families [1] :

Vliegen
(DIPTERA)
– Calliphoridae
– Dolichopodidae
– Muscidae
– Stratiomyidae
– Therevidae

4. HERKENNING

Er komen in Nederland drie soorten Zeefwespen voor. De mannetjes zijn direct herkenbaar aan de schildvormige uitgroeisels op de voorpoten.

De mannetjes zijn 9 – 13mm en de vrouwtjes 10 – 13 mm groot.

Genus

1. Voorvleugel met één submarginaal cel [3,4]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), voorvleugel met één cubitaal (submarginaal) cel

2. Binnenrand ogen naar onderen convergerend [3]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), binnenrand ogen naar beneden convergerend

3. Ocellen vormen stompe driehoek [3]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), ocelli vormen stompe driehoek

4. Achterlijf bij de meeste soorten met geel [3,4]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), achterlijf met gele banden


  1. Afstand tussen achter ocellen bijna gelijk aan afstand tot ogen
  2. Mesonotum (bovenkant thorax) min of meer glanzend tussen punctering
  3. Schenen geel met donker vlekken
  4. Afstaande haren achter ocellen niet langer dan doorsnede achtersste ocellen
  5. Clypeus zonder recht en zonder tanden
  6. Tergiet V bijna altijd met gele tekening
  7. Vertex (bovenkand kop) dicht gepuncteerd
  8. Antenne segment III duidelijk langer dan segment IV
  9. Tergiet I met gele vlekken


Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius)
Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius)


1. Mesonotum gepuncteerd, zonder lengte groeven [3]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), mesonotum gepuncteerd

2. Antenne segmenten plat [3] en sterk verbreed, middelste segmenten bijna 2x breed als lang [3,4]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), antenne segmenten verbreed, middelste segmenten 2x breder dan lang
Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), antenne segmenten verbreed, middelste segmenten 2x breder dan lang

3. Onderzijde antenne segmenten met lange beharing [3]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), onderzijde antenne segmenten III – VI met lange beharing

3. Schild voorpoot, de “zeef”, herkenbaar aan de streepjes (bovenhelft) en stippen (onder helft) [2,3,4] en is asymmetrisch van vorm [3].

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), schildje scheen (tibia) voorpoot

4. Tars segmenten voorpoot sterk vergroot [3]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), sterk vervormde voorpoot tars

5. Eerste achterlijf tergiet en antenneschacht meestal met geel [4]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), antenneschachten meestal met geel
Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), eerste achterlijf tergiet meestal met geel

6. Frons sterk gepuncteerd met onduidelijke lengte groefjes [3]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), frons sterk gepuncteerd met onduidelijke lengte groefjes
Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), frons sterk gepuncteerd met onduidelijke lengte groefjes

7. Mesopleuron (zijkant thorax) verspreid gepuncteerd [3]

Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), mesopleuron verspreid gepuncteerd
Kleine zeefwesp ♂︎ (Crabro peltarius), mesopleuron verspreid gepuncteerd

8. Voorscheen met lange doorn [3]
9. Haren op eerste antenne segment niet langer dan doorsnede ocelli [3]
10. Voorcoxae met doorn [3]


Referenties

1 Peeters, T.M.J., C. van Achterberg, W.R.B. Heitmans, W.F. Klein, V. Lefeber, A.J. van Loon, A.A. Mabelis, H. Nieuwen-huijsen, M. Reemer, J. de Rond, J. Smit, H.H.W. Velthuis, 2004. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata). – Nederlandse Fauna 6. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden, knnv Uitgeverij, Utrecht & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

2 Breugel, P. van 2014. Gasten van bijenhotels. – EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden & Naturalis Biodiversity Center, Leiden.

3 Hermann Dollfuss, "Bestimmungsschlüssel der Grabwespen Nord- und Zentraleuropas (Hymenoptera, Sphecidae) mit speziellen Angaben zur Grabwespenfauna Österreichs", Publikation der Botanischen Arbeitsgemeinschaft am O.Ö.Landesmuseum Linz, LINZ, 20. Dezember 1991

4 KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux. Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht, 1996, 1-130. + KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux: supplement. Jeugdbondsuitgeverij, 1999.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *