Gelis spurius ♀︎

Laatst bijgewerkt: 14 maart 2021
SOORT: Gelis spurius
GENUS: GELIS
FAMILIE: Sluipwespen (ICHNEUMONIDAE)



WAARNEMING:
2021-II-28

JAREN:
2021

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Officiële naam

Synoniemen

Gelis spurius [1]

Pezomachus spurius [5]

zie meer op: www.gbif.org

Gelis spurius ♀︎

INHOUD

1. Verspreiding
2. Gedrag
3. Plant relaties
4. Parasitaire relaties
5. Herkenning

1. VERSPREIDING

De sluipwesp Gelis spurius is een algemene wesp in Nederland [2].

2. GEDRAG

2.1. ACTIVITEIT

De vrouwtjes kunnen het hele jaar door gevonden worden en overwinteren als volwassenen [3].

Het exemplaar gebruikt in deze post was in februari gevangen, zie hier.

Vermoedelijk heeft is de soort multivoltine [3].

2.2. ONTWIKKELING

De soort is een idiobionte ectoparasitoïde die zowel als primaire of secundaire pseudohyperparasitoïde kan optreden op sluipwespen en schildwespen [3,4].

3. VOEDSELPLANTEN

De volwassen wespen voeden zich ook met nectar en honingdauw [3]. Bloembezoek is slechts onder bepaalde weersomstandigheden waargenomen, zoals bij motregen of zwoel weer, en is waarschijnlijk ondergeschikt aan het oplikken van honingdauw en vocht van bladeren [3]. Mogelijk eten ze ook stuifmeelkorrels die vast geplakt zitten op de plakkerige oppervlakken van harige bladeren [3].

In de literatuur worden de volgende planten soorten en groepen genoemd in de context van het oplikken van voedsel en vocht, en mogelijk stuifmeel:

Berkenfamilie
(Betulaceae)
Corylus avellana (Hazelaar) [3]
Alnus alnobetula (Groene els) [3]
Brandnetelfamilie
(Urticaceae)
Urtica dioica (Grote brandnetel) [3]

Tuinsoorten

In de tuin staan de volgende planten:

Berkenfamilie
(Betulaceae)
Corylus avellana (Hazelaar)
Brandnetelfamilie
(Urticaceae)
Urtica dioica (Grote brandnetel)

Voeden in gevangenschap

Om de wesp goed te kunnen fotograferen heb ik haar gevangen gehouden en twee maal daags gevoed met een watje water en een watje suikerwater.

Na twee weken (9 maart) was de wesp ontsnapt tijdens een foto sessie en kon ik haar niet meer terug vinden. Maar na enige tijd zag ik haar zitten op een droog watje dat ergens op het bureau lag en ze probeerde duidelijk er uit te drinken. Blijkbaar is ze tijdens haar langere gevangenschap geconditioneerd op de watjes.

4. PARASITAIRE RELATIES

Gelis spurius wordt in verband gebracht met als pseudohyperparasitoide op Ichneumonidae en Braconidae en is gevonden in / gekweekt uit een brede gastheer waaier.
In de literatuur worden de volgende in Nederland voorkomende soorten genoemd, inclusief de primaire gastheer (hyperparasitisme):

Vliegen
(Diptera)
Bladvliegen (Lauxaniidae)
Sapromyza [4]

Boorvliegen (Tephritidae)
Rhagoletis
Rhagoletis alternata [4]
Vlinders
(Lepidoptera)
Langsprietmotten (Adelidae)
Adela
– Smaragdlangsprietmot (Adela reaumurella) [4]
of
Witvlekmotten (Incurvariidae)
Incurvaria
– Berkenbladsnijdermot (Incurvaria pectinea) [4]

Zakjesdragers (Psychidae)
Dahlica [4]

Psyche
– Gewone zakdrager (Psyche casta) [4]
Wespen
(Parasitica)
Schildwespen (Braconidae)
Apanteles [4]

Coeloides
Coeloides scolyticida [4,6] parasiet op:
Grote iepenspintkever (Scolytus scolytus) of
Kleine iepenspintkever (Scolytus multistriatus)

Microplitis
Microplitis mandibularis [4,6] parasiet op Noctuidae

Sluipwespen (Ichneumonidae)
Hyposoter [4] parasiet op:
Veldparelmoervlinder (Melitaea cinxia)

5. HERKENNING

Lengte: 1,8 – 4,4 mm

Vrouwtjes zijn apteer [4].
Mannetjes zijn brachypteer of macropteer [4].

Genus

Het genus Gelis is te herkennen aan:

1.  2e en 3e tergieten volledig gescheiden, of slecht gedeeltelijk of onduidelijk versmolten [5] (hier duidelijk gescheiden)

Gelis spurius ♀︎, Gelis: 2e en 3e tergiet duidelijk gescheiden

2. 1e tergiet met of zonder dorsaal laterale lijsten [5] (hier met lijsten)

Gelis spurius ♀︎, Gelis: dorsaal lateraal lijsten tergiet 1 duidelijk

3. 1e tergiet niet of zelden apicaal gestreept [5] (hier niet gestreept)

Gelis spurius ♀︎, Gelis: tergiet 1 apicaal niet gestreept

4. Als tergiet 1 apicaal gestreept dan laterotergiet van 2e achterlijfssegment gescheiden en breed [5] (Hier niet het geval)

Gelis spurius ♀︎, Gelis: laterotergiet achterlijfssegment 2 niet gescheiden van tergiet


Gelis spurius ♀︎
Gelis spurius ♀︎
Gelis spurius ♀︎
Gelis spurius ♀︎
Gelis spurius ♀︎, propodeum
Gelis spurius ♀︎, ovipositor


KOP

1. Kop zwart [4]
2. Antennevlag segmenten basaal of helemaal oranje- tot geelbruin [4]
3. Zelden scapus (antenne segment 1) deels donker gekleurd [4]
3. Antenne met 16-19 segmenten [4]

Gelis spurius ♀︎, antennen met 16-19 segmenten (hier 19)

4. Antenne segment 3 is 2,2-2,5x langer dan breed (hier 2,4x) (lateraal aanzicht) [4]

Gelis spurius ♀︎, antenne segment 3 lengte (l) = 2,2-2,5x breedte (w) (hier ±2,4x)

5. Antenne segment 7 is 1,1-1,6x langer dan breed (hier 1,6x) (lateraal aanzicht) [4]

Gelis spurius ♀︎, antenne segment 7 lengte (l) = 1,1-1,6x breedte (w) (hier ±1,6x)

6. Kop structuur korrelig [4]

Gelis spurius ♀︎, kop korrelig

7. Afstand tussen achterste ocellen ( OOL ) is ongeveer 0,7-1,2x de afstand tussen achterste ocel en oog rand ( POL ) [4] (hier ±1,2x)

Gelis spurius ♀︎, ratio lengte tussen achterste ocellen (ool) : lengte tussen achterste ocelle en binnenrand oog (pol) = 0,7-1,2

8. kop achter ogen matig sterk tot zwak versmald [4]

Gelis spurius ♀︎, kop achter ogen matig sterk tot zwak versmald

9. Voorhoofd (frons) dicht behaard, fijn tot zeer fijn gepuncteerd [4]

Gelis spurius ♀︎, voorhoofd (frons) dicht behaard, fijn tot zeer fijn gepuncteerd

10. Wangen 1,0-1,2x langer dan breedte kaakbasis, 1,5x bij kleine exemplaren (hier ±1,0x) [4]

Gelis spurius ♀︎, wangen 1,0-1,2x breedte kaakbasis, 1,5x bij kleine exemplaren (hier ±1x)

11. Wanggroef ontbreekt of zeer zwak ontwikkeld [4] (hier zwak ontwikkeld)

Gelis spurius ♀︎, wanggroef zwak ontwikkeld
Gelis spurius ♀︎, wanggroef zwak ontwikkeld

12. Clypeus zwart, zelden bruin (hier zwart) [4]

Gelis spurius ♀︎

13. Clypeus onderrand convex [4]

Gelis spurius ♀︎, clypeus convex

14. Clypeus met duidelijke punctering [4]

Gelis spurius ♀︎, clypeus met duidelijke punctering

15. Clypeus onderrand zwak convex, of soms recht, zonder tand

Gelis spurius ♀︎, clypeus onderrand zwak convex, of soms recht, zonder tand

16. Bovenste kaaktand iets langer dan onderste [4]

Gelis spurius ♀︎, bovenste kaaktand iets langer dan onderste

17. Kaken, behalve tandjes, geelbruin tot roodachtig (hier roodachtig) [4]

Gelis spurius ♀︎, kaken, behalve tandjes, geelbruin tot roodachtig

18. Palpen bruin tot oranjebruin [4]

Gelis spurius ♀︎, palpen bruin tot oranjebruin

19. Breedte oog is 1,8-2,1x lengte slaap [5]

BORSTSTUK

1. Thorax zwart [4]
2. Mesonotum en pronotum niet gescheiden [4]

Gelis spurius ♀︎, mesonotum en pronotum niet gescheiden

3. Mesonotum lengte = 0,5-0,7x breedte (hier ±0,7x) [4]

Gelis spurius ♀︎, mesontum lengte = 0,5-0,7x breedte (hier ±0,7)

4. Mesonotum bijna vlak of matig convex [4]

Gelis spurius ♀︎, mesanotum bijna vlak of matig convex

5. Mesonotum voor in midden met zwakke indeuking [4]

Gelis spurius ♀︎, mesonotum voor in midden met zwakke indeuking

6. Schildje (scutellum) niet, of zwak afgegrensd, zeer kort (hier zwak afgegrensd) [4]

Gelis spurius ♀︎, schildje niet of zwak afgegrensd, zeer kort

7. Groef tussen mesonotum en propodeum vlak en smal [4]

Gelis spurius ♀︎, groef tussen mesonotum en propodeum vlak en smal
Gelis spurius ♀︎, groef tussen mesonotum en propodeum vlak en smal

8. Lengte mesonotum = 0,5-0,7x lengte area anterior [6]

Gelis spurius ♀︎, lengte mesonotum (m) = 0,5-0,7x area anterior (aa)

9. Mesosternum duidelijk korter dan breedte basale antennevlag segment (segment 3) [4]

Gelis spurius ♀︎, Mesosternum duidelijk korter dan breedte basale antennevlag segment (segment 3)

10. Propodeum dorsaal dicht behaard, niet duidelijk minder dan mesonotum [4]
11. Propodeum dorsaal convex, in regel niet hoger dan mesonotum [4]

Gelis spurius ♀︎, propodeum dorsaal dicht behaard, niet duidelijk minder dan mesonotum

12. Propodeum met dwarslijst, in midden breed onderbroken of alleen aangeduid [4]

Gelis spurius ♀︎, propodeum met dwarslijst, in midden breed onderbroken of alleen aangeduid

13. Poten oranje tot oranjebruin [4]
14. Femora III (achterpoot) 3,2-3,6x langer dan hoog (hier ±3,3x) [4]

Gelis spurius ♀︎, lengte dij III 3,2-3,6x breedte

15. Tibia III (achterpoot) verdikt, 5,3-6,0x langer dan hoog (hier ±5,3x) [4]

Gelis spurius ♀︎, lengte scheen III 5,3-6,0x breedte

16. Scheen III (achterpoot) dorsaal dicht behaard [4]

Gelis spurius ♀︎, scheen III dorsaal dicht behaard

ACHTERLIJF

1. Achterlijf zwart [4]
2. Tergieten vanaf tergiet 2 lateraal oranje- tot geelbruin [4]
3. Tergieten vanaf 6 of 7 geheel oranje- tot geelbruin [4]

Gelis spurius ♀︎, tergieten vanaf tergiet 2 lateraal, en vanaf tergiet 6 of 7 helemaal, oranje- tot geelbruin,

4. Smalle achterranden tergieten oranje- tot geelbruin [4]
5. Randen tergiet 2 oranje- tot geelbruin [4]

Gelis spurius ♀︎, smalle achterranden tergieten oranje- tot geelbruin

6. Achterlijf dicht behaard [4]

Gelis spurius ♀︎, achterlijf dicht behaard

7. Lengte tergiet 1 is 1,3-1,6x breedte [4]

Gelis spurius ♀︎, lengte 1e tergiet 1,3-1,6x breedte

8. Lengte laterotergiet tergiet 2 3,1-4,8x breedte (hier ±3,1x) [4]

Gelis spurius ♀︎, laterotergiet tergiet 2 lengte (l) = 3,1-4,8x breedte (w)

9. Legboorscheden 0,6-0,7x langer dan scheen achterpoot (hier ±0,7x) [4]

Gelis spurius ♀︎, legboorscheden 0,6-0,7x langer dan scheen achterpoot

10. Ovipositor met duidelijke tanden onderzijde [4]

Gelis spurius ♀︎, legboor met duidelijke tanden aan onderzijde




Referenties

1 Nederlands Soortenregister

2 Waarneming.nl

3 SCHWARZ, M. Revision der westpaläarktischen Arten der Gattungen Gelis THUNBERG mit apteren Weibchen und Thaumatogelis SCHMIEDEKNECHT (Hymenoptera, Ichneumonidae). Teil 2.

4 SCHWARZ, Martin. Revision der westpaläarktischen Arten der Gattungen Gelis Thunberg mit apteren Weibchen und Thaumatogelis Schwarz (Hymenoptera, Ichneumonidae). Teil 3. na, 2002.

5 SCHWARZ, Martin. Revision der westpaläarktischen Arten der Gattungen Gelis Thunberg mit apteren Weibchen und Thaumatogelis Schmiedeknecht (Hymenoptera, Ichneumonidae). Teil 1. na, 1995.

6 Schwarz, Martin & Shaw, Mark. (1999). Western Palaearctic Cyptinae (Hymenoptera: Ichneumonidae) in the National Museum of Scotland, with nomenclatural changes, taxonomic notes, rearing records and special reference to the British check list. Part 2. Genus Gelis thunberg (Phygadeuontini Gelina). Entomologist's Gazette. 50. 117-142.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *