Zilveren fluitje (Megachile leachella) ♀︎

Laatst bijgewerkt: 15 oktober 2020
SOORT: Zilveren fluitje (Megachile leachella)
GENUS: Behangersbijen (MEGACHILE)
FAMILIE: MEGACHILLIDAE



WAARNEMING:
2020-VI-13

JAREN:
2020

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Zilveren fluitje ♀︎ (Megachile leachella), op Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)

1. VERSPREIDING

M. leachella[1] komt voor aan de kust en in Limburg en is een zeldzame soort [2].

2. GEDRAG

2.1. ACTIVITEIT

De soort is actief van mei tot augustus [2,3].

2.2. ONTWIKKELING

Het vrouwtje nestelt in bestaande holten, als holle stengels of oude gangen in hout, of graaft zelf een nest in weinig begroeide zandgrond, bijvoorbeeld een verticale wand. Ze bekleed de wanden van het nest met uitgeknipt blad materiaal en vult de gang op met zand [4].

2.3. DRACHTPLANTEN

M. leachella is polylectisch en gebruikt de volgende drachtplanten [3,4]:

Vlinderbloemen familie (Leguminosae)– Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)
– Kruipend stalkruid (Ononis repens)
– Kattendoorn (Ononis spinosa)
– Luzerne (Medicago sativa)
Resedafamilie
(Resedaceae)
– Wilde reseda (Reseda lutea)

Behalve Kattendoorn komen al deze planten voor in de tuin.

3. PARASITAIRE RELATIES

Kegelbijen (COELIOXYS) zijn de voornaamste parasieten van M. leachella [3,4], het zijn cleptoparasieten.

De volgende in de literatuur genoemde parasieten komen voor in Nederland:

Bijen
(COELIOXYS)
C. afra [3,4]
C. elongata [3,4]
C. inermis [3,4]
C. mandibularis [3,4]
C. rufescens [4]
Wespen
(
CHALICIDOIDEA)
Monodontomerus obsoletus [4]
Melittobia acasta [4]

In de tuin heb ik twee keer een kegelbij gezien maar onduidelijk welke soort. Eén van de observaties was een vrouwtje van of C. elongata of C. inermis.

4. HERKENNING

Het vrouwtjes en mannetjes van M. pilidens zijn moeilijk te onderscheiden van die van M. leachella. Voor een uitvoerige beschrijving van de onderlinge verschillen zie [5].


Zilveren fluitje ♀︎ (Megachile leachella), op Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)

1. Witte buikschuier [3]

Zilveren fluitje ♀︎ (Megachile leachella), witte buikschuier (verzamelapparaat)

2. Tergiet 6 met twee viltige witte haarvlekken [3]

Zilveren fluitje ♀︎ (Megachile leachella), tergiet 6 met witte viltige vlekken

3. Tergiet 3 grover gepuncteerd [4] enige verschil tov M. pilidens [5]
4. Tussenruimte glanzend en vaak met puntgrote afmeting [3].

Zilveren fluitje ♀︎ (Megachile leachella), tergiet 3 met grovere punctuering

5. Clypeus heel licht uitgesneden [3]

1. Voortarsen donkerbruin tot zwart [3]

2. Voortarsen hoogstens basaal een beetje geelwit; minder hartvormig [5]
– enige verschil met M. pilidens

3. Coxa voorpoot met duidelijke afstekende doorn [3]

4. Tergieten met witte haarbandjes [3]

5. Tergiet 6 geheel of gedeeltelijk wit behaard [3]

6. Dij voorpoot aan achterkant tot einde toe geel gekleurd

7. Sterniet 4 heeft aan einde haarvlek

 


Referenties

1 Nederlands Soortenregister

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *