Nitela borealis ♀︎♂︎

Laatst bijgewerkt: 22 maart 2021
SOORT: Nitela borealis
GENUS: Stofluizendoders (NITELA)
FAMILIE: Graafwespen (CRABRONIDAE)



WAARNEMING:
2020-VI-012020-V-312020-V-292020-V-282020-V-202020-V-142019-V-272019-V-24

JAREN:
20192020

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Officiële naam

Synoniemen

Nitela borealis [1]

geen

zie meer op: www.gbif.org

Nitela borealis ♂︎
Nitela borealis ♀︎

INHOUD

1. Verspreiding
2. Gedrag
3. Plant relaties
4. Parasitaire relaties
5. Herkenning

1. VERSPREIDING

Nitela borealis is een zeldzame [5] graafwesp (CRABRONIDAE) die door heel Nederland voorkomt [3].

Tuinsoort

In mijn tuin is het een vaste gast die elk jaar met verschillende exemplaren aanwezig is op vooral de bijenhotels en rondscharrelend op zonnige muren.

2. GEDRAG

2.1. ACTIVITEIT

De soort is actief van half mei tot begin oktober [3].

2.2. ONTWIKKELING

Nesten worden gemaakt oude kevergangen en in dood hout, stronken en palen [3,7].

Bijenhotel

De soort is actief op het bijenhotels waar ze in nestelen [4]. Ze hebben een voorkeur voor kleine gaten.

Nitela borealis ♀︎
Nitela borealis ♀︎

3. VOEDSELPLANTEN

Ik heb geen literatuur referenties kunnen vinden mbt plantbezoek.

4. PROOI RELATIES

Nimfen van stofluizen (Psocoptera) worden gebruikt als voedsel voor de larven [3,7]

5. HERKENNING

Lengte mannetje 3-4 mm [4]
Lengte vrouwtje 3-4,5 mm [4]

Genus

Het genus Nitela is te herkennen aan:

1. Kleine zwarte soorten [2,6,8]

2. Eén submarginaal cel in voorvleugel [2,6,8]

Nitela borealis ♂, voorvleugel met 1 submarginaal cel
Nitela borealis ♂︎, één submarginaal cel in voorvleugel

3. Achtervleugel zonder duidelijke aders [2,6,8]

Nitela borealis ♀︎, beadering achtervleugel onduidelijk

4. Binnen oogranden niet uitgerand, naar boven convergerend [2,6,8]

Nitela borealis ♂, ogen convergeren naar boven
Nitela borealis ♂︎, ogen convergeren naar boven

5. Antennes zeer laag op de kop [2]

Nitela borealis ♂︎, antennen zeer laag in het gezicht
Nitela borealis ♂︎, antennen zeer laag in het gezicht
Nitela borealis ♀︎, antennen zeer laag in het gezicht


Nitela borealis ♀︎
Nitela borealis ♀

1. Vrouwtjes met 12 antenne segmenten en 6 achterlijf segmenten


Nitela borealis ♂︎
Nitela borealis ♂︎
Nitela borealis ♂︎
Nitela borealis ♂︎
Nitela borealis ♀, propodeum dorsaal, lager gelegen vlakken tussen lengtekielen glanzend en zonder duidelijke microsculptuur

1. Mannetjes met 13 antenne segmenten en 7 achterlijf segmenten

Nitela borealis ♂, mannetje met 13 antenne segmenten


&

KOP

1. Vertex voor ocellen3, mesonotum en scutellum gepuncteerd [2,6]

Nitela borealis ♂︎, voorhoofd (frons) voor ocellen gepuncteerd

2. Onderste ingedrukte deel voorhoofd met dicht witte beharing [8]

Nitela borealis ♂︎, onderste ingedrukte deel frons met dichte witte beharing

3. Clypeus met sterk ontwikkelde midden kiel die voorrand bijna bereikt [2]

Nitela borealis ♂, clypeus met sterk ontwikkelde middenkiel
Nitela borealis ♂︎, clypeus met sterk gevormde midden kiel

4. Clypeus met 3 duidelijke tanden [2]

Nitela borealis ♂, Clypeus met 3 duidelijke tanden
Nitela borealis ♂, Clypeus met 3 duidelijke tanden

5. Wangen (gena) zeer fijn en dicht gestreept, tussen de strepen praktisch geen tussenruimte en punctering [8]

Nitela borealis ♀, wangen (gena) zeer dicht gestreept

BORSTSTUK

1. Mesonotum gepuncteerd [2,6,8]

Nitela borealis ♂︎, Vertex, mesonotum en scutellum gepuncteerd

2. Propodeum rugveld glad met vertakte lengtekielen [2,6,8], bij sommige exemplaren deels net-achtig [2]

3. Propodeum rugveld en ruimte tussen de lengtekielen glanzend [2,6,8], min of meer oneven, zelden duidelijk grof getekend [2,8]

Nitela borealis ♀, propodeum dorsaal, lager gelegen vlakken tussen lengtekielen glanzend en zonder duidelijke microsculptuur
Nitela borealis ♂︎, rugveld propodeum met vertakte lengte kielen
Nitela borealis ♂︎, rugveld propodeum met vertakte lengte kielen

ACHTERLIJF

1. Tergieten dorsaal bij meeste exemplaren zonder punctering [2,6,8]

Nitela borealis ♂︎, bovenkant tergieten (vrijwel) zonder punctering

Referenties

1 Nederlands Soortenregister

2 Hermann Dollfuss, "Bestimmungsschlüssel der Grabwespen Nord- und Zentraleuropas (Hymenoptera, Sphecidae) mit speziellen Angaben zur Grabwespenfauna Österreichs", Publikation der Botanischen Arbeitsgemeinschaft am O.Ö.Landesmuseum Linz, LINZ, 20. Dezember 1991

3 Peeters, T.M.J., C. van Achterberg, W.R.B. Heitmans, W.F. Klein, V. Lefeber, A.J. van Loon, A.A. Mabelis, H. Nieuwen-huijsen, M. Reemer, J. de Rond, J. Smit, H.H.W. Velthuis, 2004. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata). – Nederlandse Fauna 6. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden, knnv Uitgeverij, Utrecht & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

4 Breugel, P. van 2014. Gasten van bijenhotels. – EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden & Naturalis Biodiversity Center, Leiden.

5 Waarneming.nl

6 KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux. Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht, 1996, 1-130. + KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux: supplement. Jeugdbondsuitgeverij, 1999.

7 Koch, F. (2002), Blösch, M. (2000). Die Grabwespen Deutschlands – Lebens‐weise, Verhalten, Verbreitung. 71. Teil. In Dahl, F.: Die Tierwelt Deutschlands. Begr.: 1925. – Keltern (Goecke & Evers). – 480 S. 341 Farbfotos. ISBN 3‐931374‐26‐2 (hardcover). DM 98,–. Zool. Reihe, 78: 353-353. https://doi.org/10.1002/mmnz.20020780208

8 JACOBS, H. J (2007): Die Grabwespen Deutschlands Ampulicidae. Sphecidae, Crabronidae–Bestimmungsschlüssel in Blank, SM & Taeger, A (Hrsg): Die Tierwelt Deutschlands und der angrenzenden Meeresteile nach ihren Merkmalen und nach ihrer Lebensweise, Hymenoptera III–Keltern, Goecke & Evers, 79: 1-207.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *