Ectemnius cephalotes ♂︎

Laatst bijgewerkt: 12 juni 2021
SOORT: Ectemnius cephalotes
GENUS: Blokhoofdwespen (ECTEMNIUS)
FAMILIE: Graafwespen (CRABRONIDAE)



WAARNEMING:
2020-VII-262020-IX-202019-VIII-182019-VII-302019-VII-132019-VII-05

JAREN:
20192020

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Officiële naam

Synoniemen

Ectemnius cephalotes

Crabro cephalotes
Metacrabro quadricinctus

zie meer op: www.gbif.org

Ectemnius cephalotes ♂︎

INHOUD

1. Verspreiding
2. Gedrag
3. Plant relaties
4. Prooi relaties
5. Parasitaire relaties
6. Herkenning

1. VERSPREIDING

De blokhoofdwesp Ectemnius cephalotes is een niet algemene wesp die die verspreid door Nederland voorkomt, met uitzondering van de noordelijke provincies [2,3,4].

2. GEDRAG

2.1. ACTIVITEIT

De soort is actief van eind mei tot half oktober [3].

2.2. ONTWIKKELING

Nest

Breed vertakte nesten worden geknaagd in verschillende vermolmde of verrotte [3,5] houtsoorten zoals oude eiken [3,4], berk [8] en populieren stammen [3,14], maar ook coniferen [4]. Soms ook in nieuwer hout [4,7,12,13].

Het nest begint met een rechte gang die na enkele centimeters vertakt in talrijke korte zijgangen [4,5,8]. Aan het einde van de zijgangen wordt een broedcel gemaakt die voor mannetjes kleiner is dan voor vrouwtjes [4,8].

Soms zullen grote groepen vrouwtjes bij elkaar nestelen in een nestaggregatie [3,4,5,8]. Ze gebruiken dan dezelfde ingang en de hoofdgang vanwaaruit ze dan elk een eigen kort gangenstelsel knagen [5,8].

De larven worden gevoed met vliegen [3,4,5,8].  Nadat de broedcellen zijn gevuld worden de gangen gevuld met houtpulp [5]. De eitjes worden op zijde van de laatst toegevoegde prooi gelegd [8].

Ontwikkeltijd

Na ongeveer drie dagen komen de eitjes uit [4,8]. en zal de larve zich in twee tot drie weken ontwikkelen [8]. Hierna wordt een cocon gesponnen waarin de larve overwintert [8]. De pop ontwikkeling neemt twee tot drie weken in beslag [8], daarna verschijnt het volwassen dier die dan twee tot drie maanden leeft [8].

Eén generatie per jaar, maar in lange zomers zijn twee generaties mogelijk [5].

2.3. BIJENHOTEL

De mannetjes gebruiken bijenhotels als slaapplaats [6]. Heel soms doen vrouwtjes dit ook [6].

Ik heb zelf diverse malen kunnen observeren hoe een mannetje dat een slaapplek zoekt, eerst enige tijd rond het bijenhotel zal hangen en diverse keren landen om een open nestgang te inspecteren. Hierbij zal hij naar het gat toe gekeerd met de antennen het nest besnuffelen en er half of helemaal, met de kop eerst naar binnen kruipen.
Het kan nog een behoorlijke tijd duren voordat hij besluit een goede slaapplek te hebben gevonden. In dat geval zal hij achteruit de nestgang uitkruipen, zich voor de ingang omdraaien en dan achteruit de nest gang weer inkruipen zodat zijn kop naar de uitgang is gericht.

2.4. PARING

Crabronidae vrouwtjes paren waarschijnlijk maar één keer [8].

2.5. JACHT

Ectemnius vrouwtjes kunnen een jachtvlucht gebruiken om aktief een prooi te vangen waarbij ze langzaam door de kruidlaag vliegt [8]. Als ze een prooi heeft gezien zal ze die langzaam zwevend benaderen om bij een positieve identificatie explosief te versnellen en de prooi te grijpen met gespreide voorpoten en mandibels [8]. Dit is aangeleerd gedrag en ze zal die vaak moeten oefenen om de techniek onder de knie te krijgen [8].

Waarschijnlijk ziet Ectemnius scherp op een afstand van 15 – 20 cm [8].

3. VOEDSELPLANTEN

De volwassen wespen voeden zich ook met nectar. In de literatuur worden de volgende planten soorten en groepen genoemd:

Composietenfamilie
(Asteraceae)
– Kruldistel (Carduus crispus) [10]
Schermbloemenfamilie [9,10,14]
(Apicaceae)

Tuinsoorten

In de tuin staan schermbloemigen maar ik heb de soort daarop nog niet foeragerend waargenomen.

4. PROOI RELATIES

De soort gebruikt vliegen als voedsel voor haar kroost [3,7,8,9,10].
In de literatuur worden de volgende in Nederland [1] voorkomende soorten genoemd:

Vliegen
(Diptera)
Anthomyiidae (Bloemvliegen)
Delia
– Bonevlieg (Delia platura) [13]

Asilidae (Roofvliegen) [3,7,8,9,10]
Tolmerus
– Gewone roofvlieg (Tolmerus atricapillus) [5]

Calliphoridae (Bromvliegen) [3,7,8,9,10]
Calliphora
– Roodwangbromvlieg (Calliphora vicina) [5,13]
– Roodbaard-bromvlieg (Calliphora vomitoria) [5]

Lucilia
Lucilia ampullacea [5]
Lucilia illustris [5]

Onesia
Onesia floralis [5]

Pollenia
Pollenia rudis [5]

Protocalliphora
Protocalliphora azurea [5]

Fanniidae
Fannia
Fannia fuscula [13]

Muscidae (Echte vliegen) [3,7,8,9,10]
Haematobia
Haematobia irritans [13]

Helina
Helina impuncta [5]
Helina confinis [5]

Hydrotaea
Hydrotaea irritans [5]

Mesembrina
Mesembrina meridiana [5]

Musca
– Herfstvlieg (Musca autumnalis) [5]

Muscina
Muscina prolapsa [5]
Muscina stabulans [5]

Mydaea
Mydaea corni [13]
Mydaea othonevra [5]
Mydaea urbana [5]

Neomyia
Neomiya cornicina [13]

Phaonia
Phaonia angelicae [5]
Phaonia errans [5,13]
Phaonia rufiventris [5]
Phaonia subventa [5]
Phaonia trimaculata [5]
Phaonia tuguriorum [5]

Polietes
Polietes lardarius [5,13]

Rhagionidae (Snipvliegen) [3,7,8,9,10]
Rhagio
– Gewone snipvlieg (Rhagio scolopaceus) [5]

Sarcophagidae (Dambordvliegen) [3,7,8,9,10]
Sarcophaga
– Grijze vleesvlieg (Sarcophaga carnaria) [5,13]

Syrphidae (Zweefvliegen) [3,7,8,9,10]
Episyrphus
– Snorzweefvlieg (Episyrphus balteatus)

Eupeodes
– Grote kommazweefvlieg (Eupeodes luniger) [8,13]

Scaeva
– Witte halvemaanzweefvlieg (Scaeve pyrastri) [13]

Syrphus
– Bessenbandzweefvlieg (Syrphus ribesii) [5]
– Kleine bandzweefvlieg (Syrphus vitripennis) [5]

Tabanidae (Dazen) [3,7,8,9,10]
Tabanus
– Kleine runderdaas (Tabanus bromius) [5]

Tuinsoorten

De volgende prooi soorten zijn waargenomen in de tuin:

Vliegen
(Diptera)
Zweefvliegen (Syrphidae)
Eupeodes
– Grote kommazweefvlieg (Eupeodes luniger)

5. PARASITAIRE RELATIES

Ik heb geen literatuur referenties kunnen vinden over in Nederland voorkomende nestparasieten van E. cephalotus.

6. HERKENNING

Lengte mannetjes: 9 – 14 mm
Lengte vrouwtjes: 12 – 17 mm

Genus

Het genus Ectemnius is te herkennen aan:

1.  Voorvleugel met één submarginale cel [9,10,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, Ectemnius: Voorvleugel met 1 submarginaal cel

2. Ocellen vormen meestal gelijkzijdige stompe driehoek [9,10,11]

[JACOBS] geeft aan: vaak een scherpe hoek [10].

Ectemnius cephalotes ♂︎, Ectemnius: ocellen vormen vaak een stompe driehoek

3. Tergieten achterlijf glad met fijne punctering, alleen op tergiet I vaak wat sterker [4,5,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, Ectemnius: tergieten glad met fijne punctering

4. Zijkant borststuk, metapleuron (M) en vaak zijkant propodeum (P), met sterke dwarsrimpels [3,4,5,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, Ectemnius: zijkant borststuk met sterke dwarsrimpels

5. Kop van voren breder dan hoog [4,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, Ectemnius: kop breder dan hoog

6. Zijde borststuk (mesopleuron) heeft voor de midden coxa een korte, hoekige of gebogen dwarskiel [4,5,11].

Ectemnius cavifrons ♂︎, Ectemnius: zijde bortstuk (mesopleuron) voor midden coxa met korte dwarskiel



Ectemnius cephalotes ♂︎
Ectemnius cephalotes ♂︎
Ectemnius cephalotes ♂︎
Ectemnius cephalotes ♂︎
Ectemnius cephalotes ♂︎, propodeum


  1. Antenne met 12 segmenten [9,10,11]
Ectemnius cephalotes ♂︎, antenne mannetje met 12 segmenten

2. Achterlijf met 7 segmenten [9,10,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, achterlijf met 7 segmenten

KOP

1. Antenneleden niet vervormd [9,10,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, antennes zonder vervormingen
Ectemnius cephalotes ♂︎, antennes zonder vervormingen

2. Laatste antenne segment afgeknot [9,10,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, laatste antenne segment afgeknot

3. Antenne segmenten niet afgevlakt [11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, antennes zonder vervormingen

BORSTSTUK

1. Mesonotum niet gepuncteerd, maar fijn bestreept [9]

Ectemnius cephalotes ♂︎, mesonotum niet gepuncteerd, maar fijn bestreept

2. Zijkant borststuk, mesopleuron, mat met gestreepte of gerimpelde structuur [9,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, mesopleuron mat door gestreepte of gerimpelde structuur

3. Trochanter voorpoot zonder tand of kiel [10,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, trochanter voorpoot zonder tand of kiel

4. Onderzijde dij (femur) voorpoot zonder tand [10,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, dij (femora) voorpoot onder geen tandje

5. Metatars middenpoot verbreed, kort [9,10,11], met roodbruine doornen bezet [10]

Ectemnius cephalotes ♂︎, metatars middenpoot verbreed, kort en met roodbruine doornen bezet

5. Onderzijde mesothorax vooraan met dwarskiel.

Het mannetje E. cephalotes is de enige Ectemnius waarvan [DOLLFUSS] [11] niets over de mesothorax dwarskiel vermeldt.

Ectemnius cephalotes ♂︎, underside mesothorax frontally with transverse keel
Ectemnius cephalotes ♂︎, mesothorax ventraal vooraan met dwarskiel
Ectemnius cephalotes ♂︎, mesothorax ventraal vooraan met dwarskiel

ACHTERLIJF

1. Tergiet 7 zonder pygidium [9]
2. Tergiet 7 met lengtegroef [9,11]

Ectemnius cephalotes ♂︎, tergiet 7 zonder pygidium, met lengtegroef



Referenties

1 Nederlands Soortenregister

2 Waarneming.nl

3 Peeters, T.M.J., C. van Achterberg, W.R.B. Heitmans, W.F. Klein, V. Lefeber, A.J. van Loon, A.A. Mabelis, H. Nieuwen-huijsen, M. Reemer, J. de Rond, J. Smit, H.H.W. Velthuis, 2004. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata). – Nederlandse Fauna 6. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden, knnv Uitgeverij, Utrecht & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

4 Koch, F. (2002), Blösch, M. (2000). Die Grabwespen Deutschlands – Lebens‐weise, Verhalten, Verbreitung. 71. Teil. In Dahl, F.: Die Tierwelt Deutschlands. Begr.: 1925. – Keltern (Goecke & Evers). – 480 S. 341 Farbfotos. ISBN 3‐931374‐26‐2 (hardcover). DM 98,–. Zool. Reihe, 78: 353-353. https://doi.org/10.1002/mmnz.20020780208

5 Hamm, A. & Richards, O.. (2009). The biology of the British Crabronidae. Transactions of the Royal Entomological Society of London. 74. 297 - 331. 10.1111/j.1365-2311.1926.tb02241.x.

6 Breugel, P. van 2014. Gasten van bijenhotels. – EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden & Naturalis Biodiversity Center, Leiden.

7 Ruchin, Alexander & Antropov, Alexander. (2019). Wasp fauna (Hymenoptera: Bethylidae, Chrysididae, Dryinidae, Tiphiidae, Mutillidae, Scoliidae, Pompilidae, Vespidae, Sphecidae, Crabronidae & Trigonalyidae) of Mordovia State Nature Reserve and its surroundings in Russia. Journal of Threatened Taxa. 11. 13195-13250. 10.11609/jott.4216.11.2.13195-13250.

8 LOMHOLDT, O. 1975-1976; 1984 (2. Auflage). The Sphecidae (Hymenoptera) of Fennoscandia and Denmark. Fauna Entomologica Scandinavica, 4.1: 2.

9 KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux. Jeugdbondsuitgeverij, Utrecht, 1996, 1-130. + KLEIN, Wim. De graafwespen van de Benelux: supplement. Jeugdbondsuitgeverij, 1999.

10 JACOBS, H. J (2007): Die Grabwespen Deutschlands Ampulicidae. Sphecidae, Crabronidae–Bestimmungsschlüssel in Blank, SM & Taeger, A (Hrsg): Die Tierwelt Deutschlands und der angrenzenden Meeresteile nach ihren Merkmalen und nach ihrer Lebensweise, Hymenoptera III–Keltern, Goecke & Evers, 79: 1-207.

11 Hermann Dollfuss, "Bestimmungsschlüssel der Grabwespen Nord- und Zentraleuropas (Hymenoptera, Sphecidae) mit speziellen Angaben zur Grabwespenfauna Österreichs", Publikation der Botanischen Arbeitsgemeinschaft am O.Ö.Landesmuseum Linz, LINZ, 20. Dezember 1991

12 BOHART, Richard M.; BOHART, Richard Mitchell; MENKE, Arnold S. Sphecid wasps of the world: a generic revision. Univ of California Press, 1976.

13 BOREHAM HJ Some details of the life and hàbits of the digger wasp Metacrabro quadricinctus Fab le Ectemnius 4 cinctus Suffolk Nat Soc Trans 11 1 46 50 1958 410 9 Su2

14 WOYDAK, Horst. Hymenoptera Aculeata Westfalica Familia: Sphecidae (Grabwespen), 1996, 3-135.