Symmorphus crassicornis ♀︎

Laatst bijgewerkt: 5 februari 2021
SOORT: Symmorphus crassicornis
GENUS: Deukmetselwespen (SYMMORPHUS)
FAMILIE: Plooivleugelwespen (VESPIDAE)



WAARNEMING:
2020-V-202019-VI-01

JAREN:
20192020

MAANDEN:
janfebmaaaprmeijunjulaugsepoktnovdec


Symmorphus crassicornis ♀︎

INHOUD

1. Verspreiding
2. Gedrag
3. Prooi relaties
4. Parasitaire relaties
5. Herkenning

1. VERSPREIDING

S. crassicornis is een zeldzame wesp en komt voor in vooral het oosten, midden en zuiden van Nederland [1, 4], niet in Friesland, Groningen en de Waddeneilanden [3].

2. GEDRAG

2.1. VLIEGTIJD

De soort is actief van begin mei tot eind september [4].

2.2. ONTWIKKELING

Ze nestelen in allerlei boorgangen, natuurlijk of kunstmatig. Oude gangen in populier of els genieten de voorkeur.

BIJENHOTEL

De wesp maakt gebruik van kunstmatige nesthulp met een voorkeur voor:
– nestblokken hangend hoger dan 2 meter [8]
– nestblokken met een oriëntatie op het noorden of westen (hypothese), de soort maakt ook gebruik van nestblokken met een zuid of oost oriëntatie [8]
– nestgangen met een diameter van 3-4 mm [8]

Ik heb de soort in de tuin waargenomen op:

2.3. VOEDSELPLANTEN

De volwassen S. crassicornis wespen voeden zich ook met nectar en/of pollen. In de literatuur worden de volgende planten soorten en groepen genoemd [5]:

Schermbloemen familie
(Apicaceae)
Pastinaak (Pastinaca sativa) [6]

3. PROOI RELATIES

De soort is nauw oligofaag op keverlarven uit de familie bladhaantjes (CHRYSOMELIDAE) [4, 5] en snuitkevers (CURCULIONIDAE) [4]. Ook worden larven van bladwespen Tenthredinidae genoemd [4].
Ze vindt haar prooien op allerlei struiken en loofbomen.

In de literatuur worden de volgende in Nederland voorkomende soorten genoemd:

CHRYSOMELINAEChrysomela populi [9]
Chrysomela saliceti [9]
Chrysomela lapponicum [9]
Plagiosterna aenea (Linaeidea aenea) [9]

S. crassicornis zoekt haar prooien in de volgende boomsoorten:

ProoiPlant
Chrysomela populiRatelpopulier (Populus tremula) [4]
Chrysomela saliceti Grauwe wilg (Salix cinerea) [4]
Plagiosterna aeneaWitte els (Alnus incana) [4]

Zover ik weet staan geen van deze bomen bij de tuin in de buurt.

4. PARASITAIRE RELATIES

De volgende nestparasieten van  S. bifasciates worden genoemd in de literatuur:

Wespen
(HYMENOPTERA, CHRYSIDIDAE)
Chrysis ignita [4,10]
Chrysis fulgida [4]

De volgende nest parasieten zijn waargenomen in de tuin:

Wespen
(HYMENOPTERA)
Chrysis ignita

5. IDENTIFICATIE

Het mannetje heeft een lengte van 10 -12 mm, vrouwtje 11 – 16 mm [2, 4].

 

Genus

De kenmerken van de genus zijn [2,6,7]:

1. Tergiet I met lengtegroef [2], de “deuk”
2. Dwarsrand tergiet I goed ontwikkeld [2]

Symmorphus crassicornis ♀︎, tergiet I met deuk en groef, en goed ontwikkelde dwarsrand

♀ & ♂

Genus

De kenmerken van de genus zijn [2,6,7]:

1. Tergiet I duidelijk gepuncteerd [2]

Symmorphus crassicornis ♀︎, tergiet 1 duidelijk gepuncteerd

2. Minstens tergiet I-IV met gele band, tergiet III altijd met gele eindband [6]

Symmorphus crassicornis ♀︎, gele banden op tergieten I – IV en sternieten II – IV

3. Tergiet 2 binnen gele band dichte gepuncteerd [6]

Symmorphus crassicornis ♀︎, tergiet 2 binnen gele band dicht gepuncteerd

4. Mesonotum en mesopleuron met wollig witte beharing [2] (niet zichtbaar op foto’s, waarschijnlijk al wat afgesleten wel is er nog witte beharing zichtbaar)
5. Mesopleuron glanzend met grote wijd verspreide punctering [2,6]

6. Langsgroeven scutum lopen van scutellem tot pronotum [2]

Symmorphus crassicornis ♀︎, langsgroeven scutum lopen van scutellem tot pronotum

7. Grote gele vlekken op zijden pronotum (P), en gele vlekken op zijden (mesopleura, M), tegula (T) en scutellum (S) [2]

Symmorphus crassicornis ♀︎, gele vlekken op pronotum (P), mesopleuron (M), tegula (T) en scutellum (S)

8. Kruingroeven niet groter dan ocellen en meer dan een ocelle diameter van elkaar gescheiden [2]

Symmorphus crassicornis ♀︎, kruingroeven niet groter dan ocellen

9. Antenne schachten met gele vlek [2]
10. Gele vlek boven antennen inplant [2]

Symmorphus crassicornis ♀︎, gele vlek op antenne schacht, gele vlek boven antennen inplant

11. Schenen geel met zwarte vlek [6], tarsen poten II en III donker [7]

Symmorphus crassicornis ♀︎, gele schenen, scheen I met zwarte vlek, poot II en III tarsen donker

1. 12 antenne segmenten, 6 achterlijfssegmenten [2]
2. Kopschild vrouwtje minstens met gele band [2]

Symmorphus crassicornis ♀︎, gele band op clypeus

1. 13 antenne segmenten, 7 achterlijfssegmenten
2. Antennesegment 13 zo lang als breed


Referenties

1 Nederlands Soortenregister

2 SCHMID-EGGER, C. H. Bestimmungsschlüssel für die deutschen Arten der solitären Faltenwespen (Hymenoptera: Eumeninae). Deutscher Jugendbund für Naturbeobachtung, 1994, 54: 90.

3 Waarneming.nl

4 Peeters, T.M.J., C. van Achterberg, W.R.B. Heitmans, W.F. Klein, V. Lefeber, A.J. van Loon, A.A. Mabelis, H. Nieuwen-huijsen, M. Reemer, J. de Rond, J. Smit, H.H.W. Velthuis, 2004. De wespen en mieren van Nederland (Hymenoptera: Aculeata). – Nederlandse Fauna 6. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden, knnv Uitgeverij, Utrecht & European Invertebrate Survey – Nederland, Leiden.

5 Budrienė, Anna. (2003). Prey of Symmorphus Wasps (Hymenoptera: Eumeninae) in Lithuania. Acta Zoologica Lituanica. 13. 306-310. 10.1080/13921657.2003.10512686.

6 GUSENLEITNER, J. Bestimmungstabellen mittel-und südeuropäischer Eumeniden (Vespoidea, Hymenoptera) Teil 1: Die Gattung Leptochilus SAUSSURE 1852. na, 1993.

7 Albert de Wilde, Insecten fotosite ahw.me, Wespen

8 BUDRIENE, Anna. Reproductive ecology and behaviour of predatory wasps (Hymenoptera: Eumeninae). Doctor al thesis. Vilnius, 2004.

9 Budrienė, Anna. (2003). Prey of Symmorphus Wasps (Hymenoptera: Eumeninae) in Lithuania. Acta Zoologica Lituanica. 13. 306-310. 10.1080/13921657.2003.10512686.